Spring naar inhoud

8.8 Toelichting op de enkelvoudige balans

8.8.1 Vastgoedbeleggingen

De mutaties in de vastgoedbeleggingen voor DAEB- en niet-DAEB-vastgoed:

(x € 1.000)

  DAEB- vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
  EUR EUR
Stand 31 december 2024    
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs  1.700.639   89.171 
Cumulatieve herwaarderingen  1.714.560   85.557 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen  -70.428   -12.808 
Marktwaarde in verhuurde staat per 31 december 2024  3.344.771   161.920 
     
Mutaties 2025    
Investeringen  121.124   21.372 
Waardevermindering (via voorziening ORT)  -47.890   -2.527 
Investeringen - aankoop  -   950 
Boekwaarde verkochte vhe's  -3.606   -475 
Boekwaarde gesloopte vhe's  -1.822   -406 
Herclassificatie - DAEB - niet-DAEB (boekwaarde)  2.631   -2.631 
Niet gerealiseerde waardeveranderingen  139.072   2.315 
     - 
Totaal mutaties 2025  209.509   18.598 
     
Stand 31 december 2025    
Cumulatieve Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen  1.822.839   108.077 
Cumulatieve herwaarderingen  1.821.784   85.252 
Cumulatieve waardeverminderingen  -90.342   -12.811 
     
Marktwaarde per 31 december 2025  3.554.281   180.518 

De som van de herwaarderingen van vastgoedbeleggingen bedraagt per balansdatum € 1.907,0 miljoen. 

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt per balansdatum € 2.386,5 miljoen. De WOZ waarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt per balansdatum € 4.835 miljoen (2024: € 4.518 miljoen).

BrabantWonen heeft gekozen voor de toepassing van de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen van de vastgoedportefeuille (woningbezit uitgezonderd tijdelijke huisvesting en parkeren). Dit betekent dat de waardering ten behoeve van de jaarrekening bepaald wordt zonder tussenkomst van een taxateur. Het handboek wordt jaarlijks geactualiseerd. In dit handboek wordt gesteld dat toepassing van de basisversie leidt tot een getrouwe weergave van de marktwaarde in verhuurde staat op portefeuilleniveau, toepassing van de full-versie leidt tot een getrouwe weergave op complexniveau.

Ieder jaar wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full-versie toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. De validatie eis daarbij is dat voor ten minste 90% van de portefeuilles het verschil tussen de basiswaardering en full waardering beperkt moet blijven tot maximaal + of - 10%.

Uit het validatie-rapport met betrekking tot de waarderingen ultimo 2024 blijkt dat de basisversie 2024 tot een aanvaardbare marktwaardering op portefeuilleniveau heeft geleid, uitgaande van een taxatie-onzekerheid van +of - 10%. Uit het validatierapport blijkt dat jaarlijks aanpassingen noodzakelijk zijn in de uitgangspunten om tot een aanvaardbare waardering te komen. In corop regio Noordoost Noord-Brabant bedraagt het validatie-effect conform de Fakton effectenrapportage d.d. 4 september 2025 circa 0,42% te hoog.Dit validatie-effect van 2024 is conform voorgaande jaren als mutatie in de marktwaarde in verhuurde staat in de jaarrekening 2025 verwerkt en bedraagt circa € 97,1 miljoen. In de finale versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025 d.d. 15 maart 2026 zijn de parameters leegwaardestijging, markthuur en disconteringsvoet geactualiseerd, teneinde marktconformiteit van de marktwaarde in verhuurde staat te realiseren, waarbij geen aanpassing heeft plaatsgevonden van eventuele relevante andere uitgangspunten). De jaarlijkse mutatie van de marktwaarde welke tot uitdrukking komt in de jaarrekening (waardeverandering vastgoedportefeuille) bestaat derhalve onder meer uit de marktontwikkeling over 2025 enerzijds en de validatie-effecten anderzijds.

De inzichten van de validatie 2025 zijn vanzelfsprekend nog niet bekend met betrekking tot de waardering volgens de basisversie naar de stand van 31 december 2025 en dan ook niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

8.8.1.1 DAEB vastgoed in exploitatie

De marktwaarde van ons DAEB vastgoed in exploitatie is ten opzichte van een jaar geleden toegenomen met € 209,5 miljoen, een stijging van 6,3%. In ons financieel verslag in hoofdstuk 7.1.3 wordt de marktwaarde ontwikkeling van dit jaar ten opzichte van het voorgaande verslagjaar meer in detail toegelicht.

De voornaamste oorzaak van de stijging van de waarde van ons vastgoed in exploitatie heeft enerzijds betrekking op opgeleverde nieuwbouw en anderzijds op positieve marktontwikkelingen. Onder de investeringen worden de tussentijdse verbeteringen verantwoord die hebben plaatsgevonden aan het vastgoed en nieuwbouw investeringen. Het vastgoed wat we hebben aangekocht, wordt verantwoord onder investeringen via aankoop. De desinvesteringen hebben betrekking op het vastgoed wat in 2025 uit exploitatie is genomen zoals gesloopt en verkocht vastgoed. De her-classificaties betreffen woningen die vanuit de niet-DAEB tak zijn overgeheveld naar de DAEB tak en andersom. De waardevermindering via(voorziening ORT) en niet gerealiseerde waardeveranderingen hebben betrekking op de waardeverandering van ons vastgoed.

De belangrijkste uitgangspunten welke we bij de bepaling van de reële waarde van de op actuele waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen hanteerden betreft de gemiddelde resterende looptijd van de bestaande huurcontracten.
De looptijd van deze contracten met een bekende looptijd baseerden we op de contractueel minimaal resterende contractduur.

De belangrijkste uitgangspunten bij de bepaling van de waardering van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zetten we uiteen in paragraaf 8.5.4. Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat maakten we gebruik van meerdere macro economische parameters en/of schattingen (full versie). Aanpassingen van deze parameters en/of schattingen kunnen van significante invloed zijn op de waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat. De verschillenanalyse ten aanzien van het vastgoed in exploitatie is opgenomen in hoofdstuk 7.1.3.

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de marktwaarde in verhuurde staat stelden we voor onze vastgoedportefeuille een gevoeligheidsanalyse op.

(x € 1.000)

  DAEB niet-DAEB  
  Woningen BOG/MOG/ZOG Parkeren Subtotaal Woningen BOG/MOG/ZOG Parkeren Subtotaal Totaal
Marktwaarde 2025 (basisscenario)  3.169.311   381.800   3.171   3.554.281   148.044   9.522   22.951   180.517   3.734.799 

(x € 1.000)

    DAEB niet-DAEB    
Scenario's Aanpassing Woningen BOG/MOG/ZOG Parkeren Subtotaal Woningen BOG/MOG/ZOG Parkeren Subtotaal Totaal Afwijking(%)
Contracthuur 25  41.544   18.307   406   60.258   1.200   8   3.624   4.833   65.091  1,7%
  -25  -43.033   8.560   -22   -34.495   -937   -8   -3.050   -3.996   -38.491  -1,0%
Markthuur 25  19.750   19.012   182   38.944   478   177   93   748   39.692  1,1%
  -25  -17.563   7.810   -   -9.752   -535   -172   -   -708   -10.460  -0,3%
WOZ en leegwaarde 10%  174.685   12.340   377   187.402   9.922   -45   2.178   12.055   199.457  5,3%
  -10%  -132.703   14.481   -377   -118.599   -9.169   45   -2.178   -11.302   -129.901  -35,0%
Mutatiegraad 1%  117.609   13.411   48   131.068   4.247   -   851   5.098   136.166  3,6%
  -1%  -53.241   13.411   -59   -39.889   -1.099   -   -1.024   -2.123   -42.012  -1,1%
Disconteringsvoet 0,50%  -190.479   -4.050   -9   -194.538   -6.666   -412   -514   -7.592   -202.130  -5,4%
  -0,50%  358.748   32.067   9   390.825   11.161   439   553   12.152   402.977  10,8%

In bovenstaande analyse hebben we door middel van bepaalde parameter aanpassingen de gevoeligheid van de marktwaarde in beeld gebracht. Zoals blijkt uit bovenstaande tabel zorgt een verlaging van de disconteringsvoet met 0,5% voor een procentuele toename van de marktwaarde met 10,8%. Een verhoging van de disconteringsvoet met 0,5% zorgt voor een daling van 5,4% van onze portefeuille. De marktwaarde fluctueert binnen een gestelde range van ruim € 0,5 miljard. Indien we de WOZ en de leegwaarde aanpassen met +/- 10% heeft dit een effect van circa 4,5% op de marktwaarde. De aanpassingen die zijn doorgevoerd op de contracthuur, markthuur en mutatiegraad zorgen voor een effect op de marktwaarde tussen de 1,1% negatief en 3,6% positief.

Beleidswaarde

De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 2.386,5 miljoen.

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten gehanteerd:

(x € 1.000)

Uitgangspunten 2025 2024
  EUR EUR
Gemiddelde streefhuur 727 689
Norm beheerlasten per jaar per woning 1.175 1.059
Ingerekende gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per woning 3.155 3.242
Aantal ingerekende woningen met E,F,G Label 431 482

Streefhuur
De streefhuur betreft de huur die volgens ons beleid bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. Sinds juni 2024 hanteren wij in ons beleid vaste streefhuurprijzen. Al onze woningen zijn in een huurklasse geplaatst die past bij de grootte en kwaliteit van de woning.  

Onderhoud
De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Reparatie- en klachtenonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Contractonderhoud
  • Planmatig onderhoud

De in de meerjaren onderhoudsbegroting opgenomen geschatte lasten inzake reparatie- en klachtenonderhoud als mutatieonderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.

Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de meerjaren onderhoudsbegroting (MJOB) van BrabantWonen. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat er sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.

BrabantWonen beschikt over een door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde MJOB voor 10 jaar.

De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht BrabantWonen conditiemetingen. Hiertoe hanteert BrabantWonen een periodieke actualisatie. Eens in de 6 jaar wordt ieder complex opgenomen.

Bij het opstellen van de MJOB voor de FMP 2026-2035 houdt BrabantWonen rekening met het actuele prijspeil  dat is gebaseerd op 2026. Voor het bepalen van de beleidswaarde wordt uitgegaan van peildatum 31-12-2025. De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatig onderhoud als geheel tendeert naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgave valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.

In de MJOB houdt BrabantWonen rekening met de volgende cycli:

Type Periodiciteit
Schilderwerk 6 jaar
Installaties 15 jaar
Dak vervanging 45 jaar
Voegwerk 60 jaar
Kozijnvervanging 60 jaar
Keukens 18 jaar
Badkamer 30 jaar
Toilet 30 jaar

De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden op een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:

  • Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een minimale conditiescore van 4.
  • Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn: Niet aangepast in de MJOB daar BrabantWonen van mening is dat de complexen waarop dit van toepassing is geen significante invloed hebben op het totaal van de MJOB van BrabantWonen.
  • Nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten.

De MJOB is complexgewijs opgesteld en kent een horizon van 60 jaar. 

EFG Labels
Brabantwonen heeft nog 431 eenheden waarop een EFG label van toepassing is die verplicht zijn ingerekend in de beleidswaarde. Voor deze complexen is geen correctie doorgevoerd op de MJOB aangezien het aantal dusdanig laag is dat opname van de normbedragen vanuit het Handboek modelmatig waarderen niet leidt tot een materieel andere schatting van de beleidswaarde.

Beheerlasten
De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde FMP 2026-2035.

Sensitiviteitsanalyse
Om inzicht te kunnen geven in de effecten van mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters c.q. uitgangspunten op de beleidswaarde stelden we een gevoeligheidsanalyse op. In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde.

(x € 1.000)

Beleidswaarde 2025 DAEB niet-DAEB Totaal Verschil (%)
   2.258.348   128.203   2.386.550   

(x € 1.000)

Scenario's Aanpassing DAEB niet-DAEB Totaal Verschil (%)
Contracthuur 25  68.041   5.532   73.573  3,1%
  -25  -40.243   -4.905   -45.148  -1,9%
WOZ en leegwaarde 10%  12.673   2.133   14.807  0,6%
  -10%  14.148   -2.133   12.015  0,5%
Mutatiegraad 1%  16.069   1.015   17.084  0,7%
Disconteringsvoet -1%  13.888   -1.002   12.886  0,5%
  0,50%  -199.770   -10.214   -209.984  -8,8%
  -0,50%  265.208   11.977   277.185  11,6%

(x € 1.000)

Beleidswaarde scenario's Aanpassing DAEB niet-DAEB Totaal Verschil (%)
Streefhuur 25  118.581   2.631   121.211  5,1%
  -25  -89.754   -2.647   -92.401  -3,9%
Beleidsonderhoud 100  -51.725   -1.793   -53.519  -2,2%
  -100  77.233   1.681   78.914  3,3%
Beleidsbeheer 100  -51.725   -1.793   -53.519  -2,2%
  -100  78.547   1.793   80.340  3,4%

Verzekering & zekerheden
Onze materiële vaste activa zijn verzekerd tegen aanschaf- of voortbrengingskosten. Verhuureenheden kennen geen herbouwwaarde. We betalen daarom een vaste premie per verhuureenheid, met de garantie van geen onderverzekering. Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met rijksleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie. De hoogte van de afgegeven volmacht aan het WSW is huidig € 2,4 miljard. Hiermee heeft het WSW de mogelijkheid om direct hypotheek te vestigen op een deel van het DAEB-bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt. 

We namen bij het aantrekken van een financiering van de Rabobank voor het niet-DAEB project La Vie (€ 5,3 miljoen) een verpanding aan de Rabobank op voor de huurpenningen van dit complex.

8.8.1.2 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

In vergelijking met afgelopen jaar laat de marktwaarde van het niet-DAEB vastgoed in exploitatie nagenoeg een stijging zien van 11,5%. Deze stijging is voor het grootste gedeelte te verklaren door opgeleverde nieuwbouw en positieve marktontwikkelingen. 

De belangrijkste uitgangspunten welke we bij de bepaling van de reële waarde van de op actuele waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen hanteerden betreft de gemiddelde resterende looptijd van de bestaande huurcontracten. De looptijd van deze contracten met een bekende looptijd baseerden we op de contractueel minimaal resterende contractduur.

8.8.2 Overige Vastgoedbeleggingen

8.8.2.1. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De mutaties in de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn:

  Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
  EUR
Stand 31 december 2024  22.568 
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs  15.036 
   
Boekwaarden 31 december 2024  37.604 
   
Mutaties 2025  
Investeringen  - 
Desinvesteringen  -2.117 
Waardeveranderingen  2.129 
Terugneming van waardeveranderingen  -1.166 
   
Totaal mutaties 2025  -1.155 
   
Stand 31 december 2025  
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen  20.451 
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen  15.998 
Boekwaarden per 31 december 2025  36.449 

Vanaf 2010 verkopen we een gedeelte van ons ontwikkelde vastgoed op basis van het “Koopgarant” principe. Hierbij verleenden we kortingen van 10% tot 25% op de marktwaarde en leggen we terugkoopplicht vast. In de afgelopen jaren verleenden we maximaal 10% korting. Eind 2024 hebben we het koopgarant/comfort-principe volledig afgebouwd. Indien we het break-even-point bereiken, verkopen we deze woningen in de vrije markt.

Na verkoop (met koopgarantvoorwaarden) presenteren we deze woningen enerzijds onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden tegen de marktwaarde minus de verleende korting en anderzijds onder terugkoopverplichting tegen de waarde waarvoor we verplicht zijn de woning terug te kopen. Het saldo van deze twee posten in de balans verantwoorden onder niet gerealiseerde waardeverandering in de winst-en-verliesrekening. Jaarlijks passen we ook een waardemutatie toe op basis van de taxatiewaarde ultimo boekjaar, deze baseren we op basis van de cijfers van het NVM.
Deze waardemutatie verloopt ook via de niet gerealiseerde waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. De terugneming van de waardeverandering heeft betrekking op de overwaarde van teruggekochte koopgarantwoningen. Deze waarde halen we uit de balans bij terugkoop.

Mutaties in aantallen:

Stand 1-1-2025    
Woningen verkocht onder voorwaarden per 1-1-2025 114  
Voorraad gelabelde verkoopwoningen VoV 1-1-2025 6  
Totaal aantal woningen VoV 1-1-2025 120  
     
Mutaties woningen verkocht onder voorwaarden 2025    
Aantal woningen verkocht onder voorwaarden per 1-1-2025 114  
Terugkoop 2025 -6  
Afkoop 2025 -4  
Verkoop 2025 9  
Woningen verkocht onder voorwaarden per 31-12-2025 113  
     
Mutaties voorraad 2025    
Voorraad 1-1-2025 6  
Terugkoop 2025 6  
Nieuwe koopgarantwoningen 2025 0  
Verkoop VoV 2025 0  
Verkoop vrije markt 2025 -9  
Voorraad per 31-12-2025 3  
     
Stand 31-12-2025    
Woningen verkocht onder voorwaarden per 31-12-2025 113  
Voorraad gelabelde verkoopwoningen VoV 31-12-2025 3  
Totaal aantal woningen VoV 31-12-2025 116  

8.8.2.2 DAEB en niet DAEB Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

  DAEB vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
  EUR EUR
     
Balanswaarde per 31 december 2024  46.118   10.685 
     
Mutaties 2025    
Investeringen  142.750   27.813 
Herclassificaties    
Opleveringen nieuwbouw  -85.323   -17.382 
Opleveringen planmatig onderhoud  -34.551   -4.795 
Mutatie ORT (via voorziening ORT)  10.069   -1.160 
Totaal mutaties 2025  32.945   4.476 
     
Balanswaarde per 31 december 2025  79.063   15.161 

In het boekjaar activeerden we voor onroerende zaken in ontwikkeling een bedrag van € 1,9 miljoen aan bouwrente. Bij niet-specifiek gefinancierde nieuwbouwprojecten hanteerden we een gemiddelde rentevoet van 1,216% (gemiddelde rentelast op het vreemd vermogen afgezet tegen het totale vermogen per 31 december 2024).

Opleveringen

Opleveringen betreffen de opgeleverde nieuwbouwprojecten die van projecten in ontwikkeling naar vastgoed in exploitatie worden overgeboekt en anderzijds de opleveringen van renovatieprojecten die van vastgoed in ontwikkeling naar vastgoed in exploitatie worden overgeboekt.

In 2025 namen we 60 appartementen Gestelse Buurt flats 3 en 4, 48 appartementen Gestelse Buurt flats 5 en 6, 24 appartementen AH locatie Schaijk, 36 zorgeenheden met 4 ontmoetingsruimten Zonnelied, 226 studentenwoningen Avans en 63 appartementen Palazzo in gebruik. Deze ingebruikname nieuwbouw leidt tot een overboeking tegen marktwaarde verhuurde staat van € 102 miljoen.

Waardeveranderingen

De waardeveranderingen bestaan uit de onrendabele investeringen nieuwbouw en renovatieprojecten naar aanleiding van goedkeuringsbesluiten, die in 2025 zijn genomen en de bijstellingen van de onrendabele investeringen op lopende projecten, omdat deze worden bepaald op basis van het handboek marktwaarde 2025 in plaats van het handboek marktwaarde 2024.

Timing en verwerking van onrendabele investeringen nieuwbouw en herstructurering

In de jaarrekening verwerken we naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens ons zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten.
Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan ons besluitvormingsproces rondom projectontwikkeling en herstructurering.
Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitief ontwerp fase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning plaatsvond.

De aannames gedaan bij de financiële impact van bovengenoemde feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie van de projecten. Planvorming kan onder meer wijzigingen in de tijd ondergaan door bewegingen in het prijsniveau van leveranciers, wettelijke procedures en aanpassingen in de voorgenomen bouwproductie.

8.8.3 Materiële vaste activa

8.8.3.1 Materiële vaste activa - ten dienste van de exploitatie

De mutaties in de materiële vaste activa zijn:

  Bedrijfsgebouwen en terreinen Andere vaste bedrijfsmiddelen Software Totaal
  EUR EUR EUR EUR
Stand 31 december 2024        
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijzen  11.963   8.197   11.261   31.421 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen  -8.846   -3.608   -9.783   -22.237 
         
Boekwaarden 31 december 2024  3.117   4.589   1.478   9.184 
         
Mutaties 2025        
Investeringen  36   212   28   276 
Desinvesteringen  -   26   -   26 
Afschrijvingen  -275   -614   -555   -1.444 
Afschrijvingen desinvesteringen  -   -7   -   -7 
         
Totaal mutaties 2025  -239   -383   -527   -1.149 
         
Stand 31 december 2025        
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijzen  11.999   8.435   11.289   31.723 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen  -9.121   -4.229   -10.338   -23.688 
         
Boekwaarden per 31 december 2025  2.878   4.206   951   8.035 

De investeringen betreffen de aanschaf van personen- en bedrijfsauto’s, verbetering van WKO’s, (her)inrichting van onze kantoorgebouwen, alsmede de aanschaf van apparatuur voor het digitaal vergaderen.
De investeringen in de software betreffen investeringen in computerprogrammatuur zoals de upgrade van ons archiefsysteem, implementatiewerkzaamheden deponeren jaarverslag bij KvK en het doorontwikkelen van de tool voor het vastleggen van ons vastgoed.

De desinvesteringen betreffen de verkoop van auto’s.

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie hanteren we de volgende componenten en afschrijvingstermijnen:

Post Afschrijvingstermijn
Grond geen afschrijvingen
Opstal lineair 50 jaar
Installaties lineair 10 jaar
Inrichting lineair 10 jaar
Computerprogrammatuur lineair 5 jaar
Computerapparatuur & kantoormachines lineair 5 jaar
Gereedschappen & machines lineair 5 jaar
Voertuigen & aanhangers lineair 5 jaar

8.8.4 Financiële vaste activa

Een overzicht van de financiële vaste activa is hierna opgenomen:

  Deelnemingen in groeps-maatschappijen Latente belasting-vorderingen Overige financiële vaste activa Subtotaal
  EUR EUR EUR EUR
         
Stand per 1 januari 2025  8   6.347   378   6.733 
         
Mutaties        
Tijdelijke verschillen  -   1.393   -   1.393 
Resultaat deelnemingen  24   -   -   24 
Langlopende verplichting Thuispoort  -   -   -   - 
Voorzieningen  -   -   -2   -2 
Ontvangen aflossing  -   -   -   - 
Stand per 31 december 2025  32   7.740   376   8.148 

8.8.4.1 Deelnemingen

De deelnemingen betreffen:

  Aandeel in kapitaal Resultaat boekjaar Aandeel BW in resultaat Eigen vermogen per 31 december Aandeel BW in Eigen vermogen
    EUR EUR EUR EUR
Gebiedsontwikkeling 's-Hertogenbosch-Oost Beheer B.V., Utrecht 50%  46   24   63   32 
           
Totaal    46   24   63   32 
           
BrabantWonen Holding B.V., Oss 100%  -319   -319   -24.405   -24.405 
Ontwikkelingscombinatie Bernhoven Beheer B.V., Oss 67%  -40   -26   -1.207   -805 
Ontwikkelingscombinatie Willemspoort Middengebied B.V., Rotterdam 33%  -0   -0   -69   -23 
           
Totaal    -359   -346   -25.680   -25.232 

Het resultaat deelnemingen betreft de resultaten zoals verantwoord onder paragraaf 8.9.9. Voor ons aandeel in het negatieve vermogen van BrabantWonen Holding B.V., Ontwikkelingscombinatie Bernhoven Beheer B.V. en Ontwikkelingscombinatie Willemspoort Middengebied B.V. vormden we een voorziening. Deze is terug te vinden onder paragraaf 8.9.3 voorziening deelnemingen.

8.8.4.2 Latente belastingvordering(en)

Het verloop van de belastingvordering(en) specificeren we als volgt:

(EUR)

  2025 2024
  Opgenomen onder financiële vaste activa Opgenomen onder financiële vaste activa
  EUR EUR
     
Stand per 1 januari  6.347   6.911 
     
Mutaties    
Tijdelijke verschillen  1.393   -564 
Resultaat deelnemingen  -   - 
     
Stand per 31 december  7.740   6.347 

De opgenomen latenties zijn gewaardeerd tegen contante waarde. De op contante waarde gewaardeerde latenties zijn berekend tegen 2,0257%. Het kortlopend deel (< 12 maanden) van deze latentie is € 1,4 miljoen.

Vastgoed in exploitatie

Ten aanzien van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie is sprake van een waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. De marktwaarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt ultimo 2025 € 3,68 miljard. De fiscale boekwaarde bedraagt ultimo 2025 € 2,71 miljard.

Het totale waarderingsverschil ultimo 2025 van € 965 miljoen wordt niet volledig gewaardeerd omdat alleen rekening is gehouden met tijdelijke verschillen waarbij de afwikkeling binnen een afzienbare termijn plaatsvindt. Er is alleen sprake van een duidelijk afwikkelmoment bij vastgoed waarop een fiscaal afschrijvingspotentieel zichtbaar is. De nominale waarde van deze latentie bedraagt per 31 december 2025 € 9,1 miljoen. De contante waarde van deze latentie bedraagt per 31 december 2025 € 7,5 miljoen.

Leningen o/g en u/g

In de jaarrekening is voor de leningenportefeuille een latente belastingvordering tegen de contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs). De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen.

8.8.4.3 Leningen u/g

De leningen u/g betreffen de volgende contracten:

  Einde looptijd Rente 31-dec-25
      EUR
Leningen u/g      
BrabantWonen GOGWO B.V. Variabel Variabel  22.152 
Voorziening GOGWO B.V.      -22.152 
       - 

De verstrekte lening aan BrabantWonen GOGWO B.V. heeft een variabele rente voor de restant looptijd. Voor deze lening zijn geen zekerheden verkregen.

8.8.4.4 Overige financiële vaste activa

Onder de overige financiële vast activa verantwoorden we de eenmalige kapitaalstorting ten behoeve van het startkapitaal van Coöperatief Thuispoort U.A. Deze langlopende vordering komt terug naar BrabantWonen wanneer de samenwerking met Thuispoort beëindigd wordt.
Onder de overige financiële vaste activa verantwoorden we de erfpacht die we overnamen met de fusie met stichting Nieuw Berlerode. Jaarlijks valt hier een gedeelte van vrij, deze vrijval presenteren we onder desinvesteringen.

8.8.5 Voorraden

  2025 2024
  EUR EUR
     
Vastgoed bestemd voor de verkoop  1.116   1.648 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop  852   835 
Overige voorraden  9.195   8.397 
     
   11.163   10.880 

De voorraad vastgoed bestemd voor de verkoop betreft de terugkoop van 3 koopgarant-woningen (€ 1,1 miljoen).

De voorraad vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop ultimo 2025 bestaat uit de grondpositie aan de Saal van Zwanenbergsingel in Oss (€ 0,8 miljoen).

De overige voorraden betreft de grondpositie van de Zusterflat in ’s-Hertogenbosch (€ 9,2 miljoen).

8.8.6 Vorderingen

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

8.8.6.1 Huurdebiteuren

  2025 2024
  EUR EUR
     
Huurdebiteuren  2.830   2.665 
Af: voorziening wegens oninbaarheid  -1.325   -1.288 
     
Totaal huurdebiteuren  1.505   1.377 

8.8.6.2 Overheidsinstellingen

  2025 2024
  EUR EUR
     
Gemeente Oss  57   1 
Gemeente 's-Hertogenbosch -  9 
     
Totaal vorderingen op overheidsinstellingen  57   10 

8.8.6.3 Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

  2025 2024
  EUR EUR
     
Vordering op deelneming in BrabantWonen GOGWO B.V.  4.690   3.948 
Voorziening op vordering BrabantWonen GOGWO B.V.  -4.690   -3.948 
Vordering op deelneming in BrabantWonen GO Bernhoven B.V.  82   110 
     
Totaal vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen  82   110 

8.8.6.4 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  2025 2024
  EUR EUR
     
Vennootschapsbelasting 2025 1.938 0
Vennootschapsbelasting 2024 553 807
Vennootschapsbelasting 2023 4 3.506
     
  2.495 4.313

8.8.6.5 Overige vorderingen

  2025 2024
  EUR EUR
     
BrabantZorg  641   777 
Overige vorderingen  176   110 
     
Totaal overige vorderingen  817   887 

De vorderingen op BrabantZorg hebben hoofdzakelijk betrekking op de afrekening doorbelaste kosten aan BrabantZorg betreffende projecten en de jaarlijkse afrekening extramuralisatie.

8.8.6.6 Overlopende activa

  2025 2024
  EUR EUR
     
Overige  1.919   2.203 
     
Totaal overlopende activa  1.919   2.203 

De overlopende activa hebben met name betrekking op vooruitbetaalde zakelijke lasten waaronder licenties, serviceovereenkomsten ICT en verzekeringen.

8.8.7 Liquide middelen

  2025 2024
  EUR EUR
     
Kas/bank/giro  7.895   10.705 
     
Totaal liquide middelen  7.895   10.705 

Van de liquide middelen staat € 538.000 < 1 jaar niet ter vrije beschikking.

8.8.8 Eigen vermogen

Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:

  2025 2024
  EUR EUR
     
Stand per 1 januari  2.727.654   2.397.066 
     
Resultaat boekjaar  168.717   330.588 
     
Stand per 31 december  2.896.371   2.727.654 

8.8.8.1 Overige reserves

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

  2025 2024
  EUR EUR
     
Stand per 1 januari  596.949   1.213.380 
     
Realisatie als gevolg van verkoop  2.947   3.232 
Overboeking naar herwaarderingsreserve  -109.866   -306.006 
Resultaat vorig boekjaar  330.588   -313.657 
     
Stand per 31 december  820.618   596.949 

8.8.8.2 Herwaarderingsreserve

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:

  2025 2024
  EUR EUR
     
Stand per 1 januari  1.800.117   1.497.343 
     
Realisatie als gevolg van verkoop  -2.947   -3.232 
Overboeking vanuit overige reserve  109.866   306.006 
     
Stand per 31 december  1.907.036   1.800.117 

In het vermogen namen we per 31 december 2025 een herwaarderingsreserve op van € 1.907,0 miljoen. De herwaarderingsreserve heeft voor € 1.821,8 miljoen betrekking op het DAEB vastgoed in exploitatie en voor € 85,2 miljoen betrekking op het niet-DAEB vastgoed in exploitatie.

Per 31 december 2025 is totaal € 1.907,0 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2024: € 1.800,1 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriele besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van BrabantWonen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen.
Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.

Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voorvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd).

Het bestuur van BrabantWonen heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is.

8.8.8.3 Resultaat boekjaar

De resultaatbestemming is nog niet verwerkt in de jaarrekening. Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2025 ad € 168,7 miljoen als volgt te bestemmen:

  • Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2025 ad € 168,7 miljoen aan de overige reserves toe te voegen.

8.8.9 Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen is als volgt:

  Stand per 1 januari 2025 Dotaties Onttrek-kingen Vrijval Waardever-anderingen Mutatie ORT (via voorziening ORT) Stand per 31 december 2025
  EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR
               
Onrendabele investeringen nieuwbouw  60.151   9.401   -35.053   -   -13.264   9.608   30.843 
Onrendabele investeringen renovatie  26.950   26.514   -15.368   -   -   24   38.120 
Latente belastingverplichtingen  -   -   -   -   -   -   - 
Deelnemingen  24.886   346   -   -   -   -   25.232 
               
Totaal  111.987   36.261   -50.421   -   -13.264   9.632   94.195 

8.8.9.1 Onrendabele investeringen nieuwbouw

  2025 2024
  EUR EUR
     
Boekwaarde per 1 januari  60.151   108.338 
     
Dotaties  9.401   46.676 
Onttrekkingen  -35.053   -14.103 
Waardeveranderingen  -13.264   -33.876 
Vrijval  -   - 
Mutatie ORT (via voorziening ORT)  9.608   -46.884 
     
Boekwaarde per 31 december  30.843   60.151 

De dotatie van de voorziening wordt verklaard door het treffen van voorzieningen voor nieuwe projecten waarvoor een investeringsbesluit in het boekjaar is genomen. Onttrekkingen zien toe op opgeleverde nieuwbouwprojecten.

8.8.9.2 Onrendabele investeringen renovaties

  2025 2024
  EUR EUR
     
Boekwaarde per 1 januari  26.950   6.999 
     
Dotaties  26.514   32.377 
Onttrekkingen  -15.368   -12.402 
Waardeveranderingen  -   - 
Mutatie ORT (via voorziening ORT)  24   -24 
     
Boekwaarde per 31 december  38.120   26.950 

De dotatie voor de renovatieprojecten waarvoor we in 2025 een investeringsbesluit hebben genomen. Onttrekkingen zien toe op opgeleverde renovatieprojecten.

8.8.9.3 Voorziening deelnemingen

  2025 2024
  EUR EUR
     
Stand per 1 januari  24.886   24.000 
     
Dotaties  346   886 
Onttrekkingen  -   - 
Vrijval  -   - 
     
   346   886 
     
Stand per 31 december  25.232   24.886 

De voorziening deelnemingen is gevormd voor de verwachte uitstroom van middelen doordat de waarde van deelnemingen BrabantWonen Holding B.V., Ontwikkelingscombinatie Bernhoven Beheer B.V. en Ontwikkelingscombinatie Willemspoort Middengebied B.V. volgens de vermogensmutatiemethode negatief is en Stichting BrabantWonen instaat voor de schulden van deze vennootschap respectievelijk de feitelijke verplichting heeft deze vennootschap tot betaling van haar schulden in staat te stellen.

8.8.10 Langlopende schulden

Het verloop van de langlopende schulden is als volgt:

  Stand per 31 december 2025 Aflossings-verplichting 2026 Resterende looptijd > 1 jaar Resterende looptijd > 5 jaar
  EUR EUR EUR EUR
         
Schulden/leningen overheid  -   -   -   - 
Schulden/leningen kredietinstellingen  835.440   34.637   140.921   659.882 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  35.603   429   1.716   33.458 
Overige schulden  32   -   -   32 
Schulden aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen  -   -   -   - 
         
   871.075   35.066   142.637   693.372 

In de tabel presenteren we ultimo 2025 een langlopend en een kortlopend deel van de aflossingsverplichting. Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar namen we in de balans op onder de schulden op korte termijn.

De door het WSW geborgde leningportefeuille van BrabantWonen bedraagt € 821,9 miljoen.

Het vervalschema van de langlopende schulden in de komende 5 jaar is als volgt:

  Aflosbaar over 2 jaar Aflosbaar over 3 jaar Aflosbaar over 4 jaar Aflosbaar over 5 jaar
  EUR EUR EUR EUR
         
Schulden/leningen overheid  -   -   -   - 
Schulden/leningen kredietinstellingen  33.253   35.281   36.518   35.869 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  429   429   429   429 
Overige schulden  -   -   -   - 
   33.682   35.710   36.947   36.298 
Marktwaarde leningen

De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2025 € 854,7 miljoen (2024: € 761,2 miljoen).
De marktwaarde van de leningportefeuille is gestegen ten opzichte van 2024. De stijging komt door de toename van de leningportefeuille.
De gemiddelde duration van de leningportefeuille van BrabantWonen is 9,7 jaar. De gemiddelde looptijd van de leningen is 18,9 jaar.

8.8.10.1 Leningen overheid en kredietinstellingen

  Schulden/ leningen kredietin-stellingen Overige schulden Totaal
  EUR EUR EUR
       
Stand per 1 januari (lang- en kortlopend)  719.785   -   719.785 
       
Bij: nieuwe leningen  155.000   -   155.000 
Af: aflossingen  -38.955   -   -38.955 
Af: vrijval agio leningen  -390   -   -390 
       
Stand per 31 december (lang- en kortlopend)  835.440   -   835.440 
       
Waarvan opgenomen onder schulden op korte termijn  34.637   -   34.637 
Waarvan opgenomen onder schulden op lange termijn  800.803   -   800.803 

De schulden/leningen van kredietinstellingen hebben de volgende kenmerken:

  2025 2024
Vastrentende leningen    
Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum 813.946 689.901
Gemiddelde rente 2,72% 2,73%
Gemiddelde looptijd 19,6 18,4
Reële waarde 843.698 742.247
  2025 2024
Leningen met variabele rente    
Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum 11.000 19.000
Gemiddelde rente 2,74% 3,75%
Gemiddelde looptijd 10,4 19,2
Reële waarde 11.000 19.000
  2025 2024
Agio op de leningen    
Stand per balansdatum Vestia 9.093 9.322
Stand per balansdatum woningruil 1.402 1.561
Looptijd Vestia 36,0 37,0
Looptijd woningruil 12,0 13,0

Het agio op de leningen is ontstaan door de leningruil Vestia waarbij leningen met een marktconforme rente zijn geruild voor leningen met een niet-marktconforme (hogere) rente. Het bedrag betreft het verschil tussen de boekwaarde van de aan Vestia overgedragen leningen en reële waarde van de van Vestia overgenomen leningen. De toevoeging is direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt als volkshuisvestelijke bijdrage onder de post ‘overige organisatiekosten’ en valt via de effectieve rentemethode vrij over de resterende looptijd van de van Vestia overgenomen leningen.
Daarnaast zijn er in 2023 2 APT trajecten doorlopen waarbij er agio op de onderling geruilde leningen is ontstaan.

  2025 2024
     
Geen herziening  807.275   682.721 
Agio Vestia  9.093   9.322 
Agio woningruilprojecten  1.402   1.561 
Roll-over  11.000   19.000 
1 tot 5 jaar  3.667   4.000 
5 tot 10 jaar  3.003   3.180 
> 10 jaar  -   - 
     
   835.440   719.784 

8.8.10.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

  2025 2024
  EUR EUR
1 januari    
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht  15.310   18.075 
Vermeerderingen/verminderingen  20.632   16.609 
     
Schuld per 1 januari  35.942   34.684 
     
Mutaties    
Terugkoopverplichting 2025  -   999 
Teruggekochte woningen  -1.189   -1.032 
Waardeverandering  1.959   3.417 
Terugneming waardeverandering  -1.109   -1.198 
Terugkoopverplichting naar kortlopende schulden  -772   -1.534 
Afwaarderingen terugkoopverplichting naar kortlopende schulden  343   606 
     
Saldo mutaties  -768   1.258 
     
31 december    
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht  12.240   15.310 
Vermeerderingen/verminderingen  22.934   20.632 
     
Schuld per 31 december  35.174   35.942 

8.8.11 Kortlopende schulden en overlopende passiva

  2025 2024
  EUR EUR
     
Schulden aan kredietinstellingen  34.637   31.343 
Schulden aan overheidsinstanties  25   659 
Schulden aan leveranciers  6.936   15.914 
Belastingen en premies sociale verzekeringen  8.727   6.077 
Schulden ter zake van pensioenen  -   182 
Schulden aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen  350   350 
Overige schulden  30.138   28.577 
Overlopende passiva  200   325 
     
Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva  81.013   83.427 
Specificatie schulden aan overheidsinstanties
  2025 2024
  EUR EUR
Overige schulden aan gemeenten    
Gemeente 's-Hertogenbosch  24   193 
Gemeente Oss  1   466 
Totaal schulden aan overheidsinstanties  25   659 
Specificatie overige schulden
  2025 2024
  EUR EUR
     
Nog niet vervallen rente  9.945   7.971 
Nog te verwerken huur  14.618   15.641 
Voorziening glasfonds  145   56 
Te betalen verlofrechten  639   585 
Te betalen POB  679   627 
Te restitueren servicekosten  364   670 
Uitgevoerde werkzaamheden waarvan de factuur nog niet is ontvangen  3.319   2.094 
Terugkoopverplichting woningen verkocht onder voorwaarden < 1 jaar  430   928 
Te betalen vergoedingen reorganisatie < 1 jaar  -   5 
     
Totaal kortlopende overige schulden  30.138   28.577 

De nog te verwerken huur betreft de afkoop van kapitaallasten van o.a. de complexen Corte Foort, Odendael, de Heegt en Maasland voor de resterende looptijd, waarop de huur jaarlijks vrijvalt naast de afkoop van de kapitaalslasten van de commerciële ruimten BrabantZorg.

8.8.12 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

8.8.12.1 Investeringsverplichtingen

De omvang van de investeringsverplichtingen op onze nieuwbouwprojecten bedraagt eind 2025 € 230,5 miljoen. Naar verwachting voldoen we deze verplichtingen binnen twee jaar. Daarnaast gingen we investeringsverplichtingen aan voor de renovaties voor  € 40,8 miljoen.

Eind 2010 is een samenwerkingsovereenkomst tussen Jeroen Bosch Ziekenhuis, Proper Stok Groep, de gemeente 's-Hertogenbosch en BrabantWonen opgesteld. Betreft geen grondpositie, maar eerste recht tot aankoop van gronden van de gemeente. Begin 2011 is hiervoor de gezamenlijke entiteit Ontwikkelmaatschappij Willemspoort Middengebied C.V. en B.V. opgericht. In artikel 18 staat beschreven dat alle sociale huurwoningen in het project Willemspoort (179 woningen) en 67 markthuurwoningen ten behoeve van BrabantWonen worden ontwikkeld en gerealiseerd. De grond voor de 179 sociale huurwoningen namen we al af in 2023 af. De openstaande verplichting betreft de afname van de grond voor 67 markthuurwoningen.

Met de gemeente Bernheze tekenden we in 2025 een samenwerkingsovereenkomst voor de afname van de grondpositie aan de Mozartlaan in Heesch ad € 0,5 miljoen voor de ontwikkeling van 25 sociale huurappartementen.

8.8.12.2 Onderhoudsverplichtingen

Ultimo boekjaar gingen wij verplichtingen aan voor dagelijks onderhoud en planmatig onderhoud voor een totaalbedrag van € 11,8 miljoen, waarvan de uitvoering nog start. Dit vindt binnen één jaar plaats. 

8.8.12.3 Heffing saneringsfonds

Het saneringsfonds is er om noodlijdende corporaties er financieel weer bovenop te helpen. In 2025 hoefden corporaties geen bijdrage te doen voor dit fonds.

Afhankelijk van nieuwe ontwikkelingen of nieuwe inzichten zouden ervoor kunnen zorgen dat er weer sprake is van een heffing. Aangezien er op dit moment geen indicaties zijn die hier op wijzen verwacht het WSW dat hier geen sprake van zal zijn tot 2030.

8.8.12.4 Obligolening

BrabantWonen heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken.

De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2024 en kent nu een hoogte van € 19.129.000. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en BrabantWonen niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde.

In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door BrabantWonen.

8.8.12.5 Borgstelling

Onderstaande bedrijven gaven aan ons een bankgarantie af:

Project Bedrijf Omschrijving Retour/vervalt Bedrag
Berewouthof Van de Klok BV Concerngarantie 2511-05422 Tot alle verplichtingen zijn voldaan; uiterlijk 1-10-2026.  € 240.392 
Boschveld vlek 21, fase 2 Van Wijnen Groep BV Garantienr. 202556100304MH/CW 6 maanden na oplevering; medio 2027.  € 1.408.825 
EKP VolkerWessels Concerngarantie 24.035 Uiterlijk 1-10-2028  € 1.000.000 
Gestelse Buurt flat 5 en 6 Dura Vermeer Groep NV Concerngarantie CG2025-04 Einde onderhoudstermijn  € 442.397 
Hoff van Hollantlaan Hoedemakers Bouw BV Uitvoeringsgarantie nr. RTGD25T03267 Tot vrijgave  € 279.833 
Orthen Links Fase 4 BanBouw Holding BV Concerngarantie Bij oplevering; juni 2026  € 198.750 
Osseweg Muller Bouw BV Concerngarantie Tot alle verplichtingen zijn voldaan  € 253.800 
Sint Jorisstraat Van de Klok BV Concerngarantie 2511-05422 Tot alle verplichtingen zijn voldaan; uiterlijk 1-10-2027.  € 535.731 
Verdistraat Barli BV Uitvoeringsgarantie nr. RTGD25T03380 Tot vrijgave  € 320.000 
         
         

8.8.12.6 Jubileumgratificatie

Onze werknemers ontvangen een jubileumgratificatie bij een 12,5 jarig jubileum (25% van een bruto maandsalaris, 25 en 40 jaar jubileum (beide een bruto maandsalaris). Voor 2026 bedraagt onze jubileumverplichting € 54.102.

8.8.12.7 Overige aansprakelijkheidsverplichtingen

BrabantWonen vormt samen met BrabantWonen Holding B.V., BrabantWonen GOGWO B.V., BrabantWonen GO Willemspoort B.V., BrabantWonen GO Bernhoven B.V., Willemspoort C.V., Ontwikkelingscombinatie Bernhoven C.V. en Gebiedsontwikkeling ’s-Hertogenbosch Oost B.V. een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. 

Op grond van de invorderingswet zijn BrabantWonen en de met haar gevoegde dochterondernemingen ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting.

8.8.12.8 Eerste optie tot koop

BrabantZorg heeft een eerste optie tot koop op het door haar gehuurde vastgoed. 

8.8.13 Verbonden partijen

Als verbonden partij worden aangemerkt alle rechtspersonen waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van BrabantWonen en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. 

Met haar deelnemingen heeft BrabantWonen naast haar aandelenbelang ook een zakelijke relatie, waarbij producten (veelal vastgoed in exploitatie) en/of diensten van de betreffende deelnemingen worden afgenomen. Deze transacties zijn gebaseerd op gebruikelijke contractuele afspraken waarbij marktconforme condities zijn overeengekomen.