Spring naar inhoud

Financieel verslag 

7.1 Financieel beleid en sturing

In ons ondernemingsplan 2021-2025 beschrijven we niet alleen wat onze plannen en activiteiten zijn voor de komende jaren maar laten we ook zien wat we gaan doen om die opgaven te realiseren. We blijven ons richten op twee kernopgaven: Passend wonen en Prettig thuis. De geplande activiteiten vertalen wij naar financiële planning in de verschillende jaarschijven. Binnen die jaarschijven kennen we een aantal formele momenten waarop we intern en extern verantwoording afleggen over de realisatie en de prognoses. De momenten leggen we jaarlijks vast in een cyclus van planning & control activiteiten (hierna: P&C cyclus). De P&C cyclus is onderdeel van ons Management Control Systeem, een instrumentarium om te komen tot een situatie waarin processen transparant zijn, de organisatie doelmatig werkt, de risico’s inzichtelijk en aanvaardbaar zijn en de managementinformatie juist, volledig en tijdig is.

In dit hoofdstuk beperken we ons tot de financieel gerelateerde risico’s. Daarbij geven we inzicht in ons financieel resultaat 2025, onze financiële positie en ons financieel beleid.

7.1.1 Financieel resultaat 2025

Het financieel resultaat 2025 bedraagt € 168,72 miljoen positief. De kasstromen en de daarmee samenhangende kengetallen zijn in 2025 op een gezond niveau gebleven en voldoen ruimschoots aan de norm van het WSW. Voor een nadere toelichting op de kasstromen in 2025 verwijzen wij u graag naar het kasstroomoverzicht (zie paragraaf 8.3).
Het resultaat 2025 (€ 168,72 miljoen) is ten opzichte van 2024 (€ 330,59 miljoen) gedaald met ca. € 161,87 miljoen. De belangrijkste oorzaken van het verschil zijn:

(Bedragen x €1.000) (EUR)

Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille  € 6.539 
Netto resultaat verkoop vastgoedportefeuille  € 314 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille  € -167.897 
Overige organisatiekosten  € 352 
Leefbaarheid  € 197 
Saldo financiële baten en lasten  € -2.256 
Belastingen  € 310 
Resultaat deelnemingen  € 570 
   € -161.871 

Hoger netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille
De stijging van het netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille wordt met name veroorzaakt door de toename in de huuropbrengsten ten opzichte van 2024. De toename in de huuropbrengsten komt voort uit de huurverhoging in 2025 en de toevoeging vanuit nieuwbouw in 2025. Tegenover deze posten staat een daling van de omzet voor de woningen die we in 2025 gesloopt hebben.

Hoger netto resultaat verkoop vastgoedportefeuille
In 2025 zijn er enkele woningen minder verkocht dan in het voorgaande boekjaar, maar door de stijgende marktprijzen is het resultaat per woning gemiddeld hoger dan voorgaand jaar.

Lagere waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Structurele krapte op de woningmarkt zorgt voor hogere verkoopprijzen. Dit zien we ook terug in de waarde van ons vastgoed. De stijging van de marktwaarde van ons vastgoed is in 2025 echter minder sterk in vergelijking met 2024. Dit effect komt tot uiting in een afname van de waardeveranderingen van ons vastgoed in exploitatie.

Lagere overige organisatiekosten
De overige organisatiekosten vallen lager uit door de lagere advieskosten en lagere inzet van extern personeel.

Lagere kosten voor leefbaarheid
De uitgaven voor leefbaarheid zijn onder het niveau van 2024 gebleven.

Lager saldo financiële baten en lasten
Door nieuw aangetrokken leningen voor investeringen in nieuwbouw nemen de rentelasten toe.

Lagere belastingen
In 2025 zijn de belastingen op het niveau van 2024. De afwikkeling van boekjaar 2023 zorgde voor een teruggave en daarmee lagere lasten in 2025.

Hoger resultaat deelnemingen
Het resultaat deelnemingen is in 2025 € 0,57 miljoen hoger dan in 2024. Het resultaat deelnemingen bestaat hoofdzakelijk uit de rentelasten op de verstrekte lening aan BrabantWonen GOGWO B.V. Op deze lening is een variabele rente (Euribor) van toepassing. De daling in de Euribor zorgt voor lagere rentelasten bij BrabantWonen GOGWO B.V. en dus hoger resultaat ten opzichte van voorgaand jaar.

7.1.2 Financiële continuïteit

De jaarrekening van BrabantWonen is opgemaakt op basis van de veronderstelling van continuïteit. Het bestuur heeft als doel om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. Dat geldt voor zowel de operationele als de financiële aspecten. BrabantWonen stelt jaarlijks een financieel meerjarenplan op waarin we de financiële continuïteit nauwlettend volgen. De financiële positie wordt aan de hand van het te voeren beleid meerjarig doorgerekend. De ratio’s waarop toezichthouders BrabantWonen toetsen bestaan uit continuïteits- (ICR, LtV en Solvabiliteit) en discontinuïteitsratio’s (Dekkingsratio en Onderpandratio).

Voor de periode tot en met 2035 is de verwachting van de ratio’s als volgt:

Kerngetallen FMP 2026-2035 Interne norm 2026-2035 Norm Aw/WSW 2026-2035
Continuiteitsratio      
ICR Gemiddeld 2,16 1,40 1,40
DSCR Gemiddeld 0,93 1,00 n.v.t.
LTV-beleidswaarde Maximaal 53,0% < 65,0% < 70,0%
Solvabiliteit marktwaarde Minimaal 68,0% > 50,0% > 30,0%
Solvabiliteit beleidswaarde Minimaal 46,5% > 35,0% > 30,0%
       
Discontinuiteitsratio      
Dekkingsratio Maximaal 30,7% < 70,0% < 70,0%
Onderpandsratio Maximaal 30,0% < 70,0% < 70,0%

Op basis van de financiële meerjarenplanning 2026-2035 bestaat er bij het bestuur geen twijfel dat BrabantWonen ook in de toekomst blijft voldoen aan de continuïteitseisen en dat de organisatie voldoende kasstromen blijft genereren om aan de verplichtingen te kunnen blijven voldoen.

Onderstaand staat de realisatie van de ratio’s in het boekjaar 2025 opgenomen. BrabantWonen voldoet bij alle ratio’s aan de door de toezichthouders gestelde normen.

Kengetallen Interne norm 2025 Norm Aw/WSW 2025 Realisatie 2025 Realisatie 2024
Continuïteitsratio        
ICR inclusief verkopen 1,40 1,40 3,77 4,34
ICR exclusief verkopen 1,40 1,40 3,41 4,01
DSCR inclusief verkopen 1 n.v.t. 1,26 1,24
DSCR exclusief verkopen 1 n.v.t. 1,14 1,14
LTV beleidswaarde < 65,0% <70,0% 34,6% 34,1%
Solvabiliteit marktwaarde > 50,0% >30,0% 73,7% 74,8%
Solvabiliteit beleidswaarde > 35,0% >30,0% 60,4% 58,4%
         
Discontinuïteitsratio        
Dekkingsratio <70,0% <70,0% 23,2% 21,7%
Onderpandsratio <70,0% <70,0% 34,2% 29,4%

Interest Coverage Ratio (ICR)
Een “gezonde” operationele kasstroom garandeert onze financierbaarheid. We sturen daarom onder andere op de ICR. De ICR kent een norm van minimaal 1,4, waarmee we voldoen aan de eisen van het WSW en Aw. Deze prestatie-indicator geeft inzicht in de mate waarin we onze rentelasten kunnen voldoen vanuit de operationele kasstroom. De ICR voldoet ruimschoots aan de gestelde normen van onze toezichthouders.

Debt Service Coverage Ratio (DSCR)
De DSCR laat zien in hoeverre we in staat zijn de rentelasten en de aflossingen uit de operationele kasstromen te voldoen. De Aw toetst het kengetal DSCR niet meer, intern gebruiken we dit kengetal wel. De norm DSCR is minimaal 1,0. De DSCR is een afgeleide van de ICR en voldoet tevens aan de gestelde norm. 

Loan to Value (LtV)
De LtV meet in welke mate het bezit van de corporatie is belast met schulden. Dit is van belang voor de continuïteit op lange termijn. Het WSW hanteert sinds 2024 een bovengrens voor de LtV van 70%. Wij hanteren zelf een grens van 65%. Het kengetal LTV bepalen we door de nominale waarde van de leningenportefeuille te delen door de beleidswaarde van het totale bezit. De LTV voldoet ruim aan de gestelde norm.

Solvabiliteit
Deze prestatie-indicator drukt het eigen vermogen uit in een percentage van het totale vermogen. De landelijke norm voor woningcorporaties is per 2024 opgetrokken naar 30%. Wij hanteren zelf een norm van minimaal 35% voor de solvabiliteit. De gerealiseerde solvabiliteitsratio’s voldoen ruimschoots aan onze interne norm en de norm van Aw/WSW.

Dekkingsratio
Met deze ratio wordt bepaald in hoeverre de (markt)waarde van het vastgoed voldoende is om de totale schuldpositie af te lossen.
De dekkingsratio wordt berekend met de marktwaarde van de leningportefeuille. De dekkingsratio blijft met ruim onder de interne en externe norm.

Onderpandsratio
Met de onderpandsratio wordt bepaald in hoeverre de (markt)waarde van het onderpand (DAEB vastgoed, en niet-DAEB vastgoed waarop WSW hypotheek heeft gevestigd) voldoende is om de geborgde schuldpositie af te lossen. BrabantWonen blijft ruim onder de gestelde WSW norm van 70%.

7.1.3 Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de marktwaarde

Het vertrouwen op de woningmarkt blijft onverminderd hoog, wat zorgt voor een aanhoudende zij het gematigder prijsontwikkeling. Nu de grootste wijzigingen in wet- en regelgeving achter de rug lijken en zowel inflatie als rente zicht bewegen richting een normaler niveau, ontstaat een relatief voorspelbaar financieel kader. Toch blijft de woningmarkt omgeven door onzekerheden als gevolg van macro-economische en (geo) politieke ontwikkelingen. Dit alles zorgt ervoor dat de waarde van onze vastgoedportefeuille een stijging laat zien van circa 6,5% tot een omvang van ruim 3,7 miljard in vergelijking met een jaar geleden. Om inzicht te geven in de oorzaken die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de marktwaarde hebben we een verschillenanalyse uitgevoerd tussen 2025 en 2024.

De belangrijkste oorzaken van deze mutatie zijn als volgt te benoemen:

(x € 1.000)

  DAEB niet-DAEB  
  Woningen BOG/MOG/ZOG Parkeren Subtotaal Woningen BOG/MOG/ZOG Parkeren Subtotaal Totaal
Marktwaarde 2024  2.990.644   353.182   945   3.344.771   131.845   11.331   18.744   161.920   3.506.691 
                   
Voorraadmutaties  35.558   15.101   255   50.914   13.194   -2.267   120   11.048   61.962 
Methodische wijzigingen  1.272   -   -   1.272   -   -   -   -   1.272 
Mutatie objectgegevens  217.026   -2.622   2.038   216.442   7.117   59   5.041   12.216   228.658 
Mutatie waarderingsparameters  -75.193   16.138   -63   -59.118   -4.110   400   -956   -4.666   -63.784 
                   
Marktwaarde 2025  3.169.308   381.798   3.174   3.554.281   148.046   9.523   22.949   180.518   3.734.799 
  • Voorraadmutaties € 61,9 miljoen positief;
  • Methodische wijzigingen € 1,3 miljoen positief;
  • Mutatie objectgegevens € 228,7 miljoen positief;
  • Mutatie waarderingsparameters € 63,8 miljoen negatief.

De voorraadmutaties bestaan zowel uit verkoop bestaand bezit en sloop (€ 6,1 miljoen) als opgeleverde nieuwbouw en aankopen (€ 64,1 miljoen). Het restant heeft betrekking op eenheden die via een ander waarderingsmodel zijn gewaardeerd.

De methodische wijzigingen hebben betrekking op gewijzigde rekenregels zoals die zijn opgenomen in het handboek 2025 in vergelijking met voorgaand jaar. Vanaf 2025 moet een niet leegstaande eenheid met een contracthuur van nihil als leegstand worden geïnterpreteerd. Dit zorgt voor een positief effect op de marktwaarde van € 1,3 miljoen.

De mutatie in de objectgegevens, met name door de stijging van de gemiddelde WOZ waarde van de woningen, resulteert in hogere verkoopopbrengsten en zorgt voor een stijging van de marktwaarde met ruim € 120,3 miljoen. Een stijging van de gemiddelde contracthuur zorgt voor een positief effect van € 95 miljoen. Verder zorgt een stijging van het gemiddelde leegstandspercentage van woongelegenheden voor een positief effect van € 9,7 miljoen. Het restant van € 3,7 miljoen positief bestaat uit een combinatie van meerdere oorzaken.

De mutatie waarderingsparameters laten het effect zien van de parameteraanpassingen als gevolg van marktontwikkelingen en als gevolg van validatie van het waarderingshandboek. De parameters die de grootste mutatie veroorzaken zijn de volgende:

  • De ontwikkeling van de leegwaardestijging zorgt voor een daling van € 15 miljoen. Deze daling is opgebouwd uit een 2-tal effecten. Enerzijds betreft dit een daling van de gemiddelde historische leegwaardestijging (€ 57,4          miljoen negatief) en anderzijds een stijging van de toekomstige leegwaardestijging (€ 42,4 miljoen positief)
  • Het gemiddelde instandhoudings- en mutatieonderhoud is gestegen wat zorgt voor een negatief effect van € 22,8 miljoen;
  • De ontwikkeling van de disconteringsvoet zorgt voor een daling van € 22,8 miljoen. Deze stijging is opgebouwd uit een 2-tal effecten. Enerzijds betreft dit een herschatting van het waarderingshandboek 2024 (€ 90,2 miljoen        positief) en anderzijds aanpassingen als gevolg van marktontwikkelingen (€ 113 miljoen negatief);
  • Het restant van € 3,2 miljoen negatief bestaat uit een combinatie van meerdere oorzaken.

7.1.4 Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de beleidswaarde

De ontwikkeling van de beleidswaarde wordt deels beïnvloed door de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat welke hiervoor is toegelicht, omdat de beleidswaarde de marktwaarde als vertrekpunt neemt. 

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de marktwaarde en de beleidswaarde het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed (terug te vinden in de marktwaarde en beleidswaarde), is geen exacte wetenschap en tevens betreft dit de grootste schattingspost waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening.

De beleidswaarde van onze totale vastgoedportefeuille bedraagt € 2.386,5 miljoen. In vergelijking met het voorgaande verslagjaar betreft dit een stijging van € 310 miljoen.

(x € 1.000)

  DAEB niet-DAEB Totaal
Beleidswaarde 2024  1.967.859   108.616   2.076.475 
       
Voorraadmutaties  83.769   16.450   100.219 
Methodische wijzigingen  731   -   731 
Mutatie objectgegevens  129.981   8.528   138.509 
Mutatie waarderingsparameters  76.009   -5.391   70.618 
       
Beleidswaarde 2025  2.258.350   128.203   2.386.552 

Om inzicht te geven in de mutatie van de beleidswaarde hebben we een verschillenanalyse uitgevoerd. De belangrijkste oorzaken van deze mutaties zijn als volgt te benoemen:
·         Voorraadmutaties € 100,2 miljoen positief;
·         Methodische wijzigingen € 0,7 miljoen positief;
·         Mutatie objectgegevens € 138,5 miljoen positief;
·         Wijziging waarderingsparameters € 70,6 miljoen positief.

Voorraadmutaties hebben betrekking op verkoop, aankoop, sloop, nieuwbouw en classificatiewijzigingen.

De methodische wijzigingen hebben betrekking op gewijzigde rekenregels. Vanaf 2025 moet een niet leegstaande eenheid met een contracthuur van nihil als leegstand worden geïnterpreteerd. Dit zorgt voor een positief effect van € 0,7 miljoen.

De mutatie in de objectgegevens bestaat uit een combinatie van diverse factoren die betrekking hebben op gewijzigde contractgegevens zoals bijvoorbeeld een stijging van de gemiddelde contracthuur (€ 124,6 miljoen positief) en een stijging van de gemiddelde maximale huur (€ 2,8 miljoen positief). Verder zorgt een stijging van het gemiddelde leegstandspercentage van parkeergelegenheden voor een positief effect van € 7,3 miljoen.

De mutatie in de waarderingsparameters laten het effect zien van aanpassingen van de  parameters beleidswaarde, marktontwikkelingen en validatie van het waarderingshandboek. Een stijging van de gemiddelde beleidshuur zorgt voor een positief effect van € 176,3 miljoen. Daarnaast zorgen enerzijds een stijging van de gemiddelde onderhoudsnorm voor een negatief effect van € 10,3 miljoen en een stijging van de beheernorm voor een negatief effect van € 75,7 miljoen. Verder zorgt een stijging van de sociale disconteringsvoet voor een daling van € 18,6 miljoen. Het resterende verschil van € 1,1 miljoen negatief bestaat uit een combinatie van meerdere oorzaken.

7.1.5 Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie

Ons totale vermogen bestaat uit een algemene reserve (eigen vermogen inclusief resultaat boekjaar) en een herwaarderingsreserve. De herwaarderingsreserve ontstaat vanwege de waardering tegen marktwaarde. In de gevallen dat de marktwaarde van een waarderingscomplex hoger is dan de stichtingskosten, dient er een herwaarderingsreserve te worden gevormd. Deze herwaarderingsreserve is een ongerealiseerde winst die wellicht in de toekomst deels gerealiseerd wordt, bijvoorbeeld bij verkoop van een complex waarbij de verkoopwaarde hoger is dan de stichtingskosten. Echter deze ongerealiseerde winst zal nooit in zijn geheel worden gerealiseerd aangezien de uitgangspunten van de marktwaarde geen recht doen aan onze volkshuisvestelijke doelstelling die gekenmerkt wordt door het door exploiteren van het vastgoed. Verkoop van vastgoed is niet het leidend principe.

Per 31 december 2025 is in totaal € 1.907,0 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2024: € 1.800,1 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriele besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van BrabantWonen.De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.

Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd.

Het bestuur van BrabantWonen heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze inschatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB bezit in exploitatie(€ 2.258,3 miljoen) en marktwaarde in verhuurde staat (€ 3.554,3 miljoen) van dit bezit en bedraagt daarmee circa € 1.296,0 miljoen.

De marktwaarde in verhuurde staat bedraagt € 3.734,8 miljoen en de beleidswaarde bedraagt € 2.386,5 miljoen.De beleidswaarde geeft een waardering die meer aansluit bij de volkshuisvestelijke doelstellingen.

Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2025 bestaat uit de volgende onderdelen:    

(x 1 mln.)

  DAEB niet-DAEB
Marktwaarde verhuurde staat 3.554,3 180,5
     
Beschikbaarheid -104,3 -15,5
Betaalbaarheid -990,5 -27,3
Kwaliteit -580,6 -23,7
Beheer -109,3 -1,8
Disconteringsvoet 488,7 16,0
  -1.296,0 -52,3
     
Beleidswaarde 2.258,3 128,2
  • Beschikbaarheid: De marktwaarde gaat uit van een actief uitpondbeleid. Wij verkopen slechts een beperkt aantal woningen per jaar en er zijn diverse woningen aangemerkt als toekomstige verkoopvijver. In deze stap maken we inzichtelijk welk deel van de marktwaarde wordt ingezet voor de beschikbaarheidsdoelstelling.
  • Betaalbaarheid: In het doorexploiteerscenario binnen de marktwaarde wordt de huur bij mutatie geharmoniseerd naar de laagste van de markthuur of de maximale huur. In werkelijkheid wordt de huur geharmoniseerd naar de streefhuur zoals vastgesteld in het beleid. Deze streefhuur ligt normaliter lager dan de markthuur.
  • Kwaliteit: De onderhoudslasten in de marktwaarde zijn gebaseerd op marktnormeringen en houden beperkt rekening met een exploitatietermijn van 50 jaar of langer. Daarnaast is het onderhoudsniveau van de woningen dat wij nastreven hoger dan het minimale instandhoudingsonderhoud dat de markt vereist. Hierdoor zijn de werkelijke onderhoudslasten hoger dan de onderhoudslasten binnen de marktwaarde.
  • Beheer: De beheerlasten in de marktwaarde zijn gebaseerd op marktnormeringen. Deze genormeerde bedrijfslasten zijn lager dan onze bedrijfslasten. De werkelijke bedrijfslasten liggen hoger door onder meer volkshuisvestelijke keuzes en de sociale aard van een toegelaten instelling.
  • Disconteringsvoet: De marktdisconteringsvoet wordt in de beleidswaarde vervangen door de sociale disconteringsvoet.

Dit impliceert dat circa 44,7% van het totale eigen vermogen niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

Levensvatbaarheid en financierbaarheid van de corporatie
Wij zijn in staat om te blijven voldoen aan de volkshuisvestelijke bedrijfsdoelstellingen op basis van onze toekomstige vermogensontwikkelingen. Dit blijkt uit de financiële kengetallen gebaseerd op de meerjarenbegroting. Aan de gestelde normen van de Aw en WSW wordt ruimschoots voldaan. De beoordelingen van zowel de Aw en WSW zijn positief. Zij oordelen dat wij voldoende levensvatbaar zijn en dat in de toekomst voldaan kan worden aan de aflossingsverplichtingen.

7.1.6 Indicatieve Bestedingsruimte Woningcorporaties

De Indicatieve bestedingsruimte van woningcorporaties (IBW) bestaat uit 3 bedragen: 

  • Nieuwbouw huurwoningen (investeringsbedrag); 
  • Woningverbetering (investeringsbedrag); 
  • Huurmatiging (uitgave).

Deze 3 bedragen geven indicatief de bestedingsruimte aan bovenop de beleidsvoornemens zoals deze door de corporaties zelf zijn aangegeven voor de komende 5 jaren. 

Het ministerie van BZK heeft in juni de IBW van BrabantWonen naar buiten gebracht. De bestedingsruimte wordt uitgedrukt in geldbedragen die een corporatie extra zou kunnen lenen totdat één van de financiële ratio’s over de normwaarde heen gaat. BrabantWonen heeft volgens de minister een indicatieve investeringsruimte voor de DAEB-tak van € 1.075,6 miljoen, bovenop de al geplande investeringen. 

De bedragen kunnen de suggestie wekken dat het gaat om liquide middelen, die BrabantWonen direct beschikbaar heeft, bijvoorbeeld om huren te verlagen of voor investeringen. Zo is het echter niet. De indicaties geven bijvoorbeeld geen inzicht in het beste moment van besteding. De aanname is dat het beschikbare geld in het komende jaar volledig besteed wordt. Een corporatie zou als het ware al haar reserves in één keer opmaken. Daarmee wordt voorbijgegaan aan de noodzaak om ook op lange termijn te kunnen blijven investeren in de volkshuisvestelijke opgaven. 

De indicaties zijn deels gebaseerd op cijfers van corporaties zelf, maar deels ook op kengetallen en sectorgemiddelden waardoor afwijkingen kunnen optreden. De investeringsruimte is daarnaast ook sterk afhankelijk van onzekere factoren, zoals het feit dat corporaties extra vennootschapsbelasting betalen en worden aangeslagen in het kader van de ATAD.

Voor de DAEB-tak van BrabantWonen heeft BZK een IBW-nieuwbouw berekend van € 569 miljoen. Dat bedrag zou BrabantWonen extra kunnen investeren bovenop de investeringen die nu al gepland staan. De afgelopen jaren, maar ook de komende jaren, wil BrabantWonen extra investeren in nieuwbouw en duurzaamheid. 

Dat kan niet allemaal tegelijk: enerzijds omdat de locaties voor nieuwbouw niet zomaar beschikbaar zijn, en anderzijds omdat de personele capaciteit bij BrabantWonen, gemeenten en aannemers niet zomaar grootschalig uitgebreid kunnen worden om nieuwbouw voor te bereiden en uit te voeren. Ook bestemmingsplanprocedures en vergunningen vergen nu eenmaal tijd. Daar komt nog bij dat de leningen die BrabantWonen moet aangaan bij banken om extra te bouwen, geborgd moeten worden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

Het ministerie berekent ook een IBW van € 493 miljoen die de DAEB-tak van BrabantWonen in één keer extra kan investeren in verbetering van woningen. Ook dat is een theoretisch getal. BrabantWonen investeert al veel in onderhoud en verbetering. Bovendien doet BrabantWonen de komende jaren aanvullende investeringen in duurzaamheid. Nog veel meer investeren zou niet realistisch zijn. 

Het derde getal in de IBW geeft aan hoeveel BrabantWonen kan uitgeven aan huurmatiging in de DAEB-tak. Dat bedrag is € 13,6 miljoen. Dat is veel lager dan de beide andere getallen, omdat tegenover huurmatiging geen inkomsten staan.

Tegenover de investeringen in nieuwbouw en verbetering staan huurinkomsten. BrabantWonen heeft een inflatievolgend huurbeleid, die lijn wordt ook de komende jaren aangehouden, waarbij alleen voor hogere inkomens een hogere inkomensafhankelijke, huurverhoging is doorgevoerd. We zetten dat beleid voort. 

BrabantWonen investeert daar waar nodig en mogelijk. Aanvullende investeringen willen we graag overwegen, binnen de kaders die we daarvoor zelf hebben en die we met gemeenten en huurdersbelangenorganisaties hebben afgesproken. Voor BrabantWonen is het daarbij belangrijk om ook op lange termijn aan haar volkshuisvestelijke opgaven te kunnen voldoen.

​​7.2 Treasury

Kasstromen
Wij leggen periodiek verantwoording af over de geprognosticeerde kasstromen en de realisatie op jaarbasis. We stellen hiervoor een tweemaandelijkse treasury rapportage op. Daarnaast stellen we op basis van ons strategisch beleidsplan, ook de Financiële Meerjarenplanning (FMP) op met daarin de verwachte kasstromen voor de komende 10 jaar. Op deze wijze beheersen we onze financieringsbehoefte en eventuele tijdelijke overtollige liquiditeiten.

Financieren
In het treasury jaarplan 2025 gingen we uit van een financieringsbehoefte van € 222,4 miljoen. In 2025 hebben we 155,0 miljoen aan geborgde financieringen aangetrokken. Deze lagere financieringsbehoefte was het gevolg van een lagere nieuwbouwproductie.

Borgingsplafond
In maart 2025 hebben we de borgingsbrief ontvangen voor het jaar 2025 en 2026. Het afgegeven borgingsplafond is conform de door ons ingediende DPI. Het WSW heeft BrabantWonen een risicoclassificatie gegeven van laag. Normaliter kan het WSW dan een borgingsplafond van 3 jaar afgeven. Dit is ook gebeurd, maar de aangekondigde huurbevriezing heeft ervoor gezorgd dat WSW dit voor 2 jaar heeft gedaan. Ondanks de annulering van de huurbevriezing is er geen borgingsplafond voor het 3e jaar afgegeven.

Treasury Organisatie
Binnen BrabantWonen bestaat een Treasurycommissie. Deze Treasurycommissie bestaat uit manager Financiën, manager Control, een senior controller en een grootboekadministrateur. We hebben contact met een externe adviseur die 3 keer per jaar de overleggen van de Treasurycommissie bijwoont. Onze treasuryadviseur is onafhankelijk. Met betrekking tot financierings- en beleggingstransacties stelt de Treasurycommissie transactievoorstellen op voor het bestuur.

Treasurycommissie
De Treasurycommissie kwam in 2025 zes keer bijeen en informeerde het bestuur over kasstromen, renteontwikkelingen en het strategisch programma van het WSW. Wij maken gebruik van een Trace & Treasury module van Aareon om onze kasstromen en financieringen te monitoren. Met deze tool hebben we dagelijks de lopende financieringen en alle kasstromen in beeld.

7.3 Balanced ScoreCard – kengetallen

7.3.1 Balanced Scorecard

  Eenheid Norm/indicator Realisatie Realisatie
    2025 2024 2025
Passend wonen - Beschikbaarheid        
Aantal gerealiseerde nieuwbouwwoningen DAEB Aantal 552 179 405
Aantal gerealiseerde nieuwbouwwoningen niet-DAEB Aantal 52 18 52
Aantal gerealiseerde tijdelijke woningen (nieuwbouw) Aantal 100 0 0
Aantal gerealiseerde studentenwoningen (nieuwbouw) Aantal 226 0 226
Aantal woningen in aanbouw DAEB Aantal 1696 976 1426
Aantal woningen in aanbouw niet-DAEB Aantal 226 127 173
Transformatie opgave (nieuwbouw/sloop/verkoop) portfoliostrategie Aantal 420/85/20 197/182/19 457/24/15
Aantal gerenoveerde woningen Aantal 391 432 296
Aantal gerenoveerde woningen in productie Aantal 554 747 452
Aantal nieuwe "friends concept" contracten afgesloten Aantal 204 0 204
         
Passend wonen - betaalbaarheid        
Verdeling sociale betaalbare woningen in de verschillende huurprijsklasse (op basis van actuele
huur) < kwaliteitskortingsgrens/< 1e aftoppingsgrens/< 2e aftoppingsgrens
Aantal 2.000/9.600/1.540 2.071/9.782/1.444 1.902/9.673/1.676
Groei van het aantal nieuwe woningen met een huur tot liberalisatiegrens (t.o.v. begin boekjaar) Aantal 532 0 366
         
Passend wonen - duurzame kwaliteit        
Gemiddelde EP2 waarde van woningen Aantal 150,90 kWh/m2 154,36 kWh/m2 147,36 kWh/m2
Verduurzamen woningen met een huidig E, F of G label voor eind 2025 (zonder renovaties/sloop) Aantal 100 65 66
         
Prettig thuis - Bijzondere aandacht        
Opgave huisvesting vergunninghouders Percentage 100% 100% 93%
Voldoen aan passendheidsnorm Percentage > 95% 96,61% 96,66%
Voldoen aan staatssteunnorm (woningtoewijzingen) Percentage > 92,5%/7,5% 99,61%/0,39% 99,43%/0,57%
         
Prettig thuis - Schoon, heel en veilig        
Leefbaarheid per VHE Bedrag  € 122   € 127   € 114 
         
Prettig thuis - Tevreden bewoners        
Kwaliteit van dienstverlening (KWH-label) Score > 8 7,9 7,8
Aedes Benchmark: huurdersoordeel Score A-score A-score A-score
Betalingsachterstand huurders Percentage <1,2% 1,33% 1,42%
Huurachterstand huidige huurders Percentage <0,7% 0,33% 0,44%
Huurderving Percentage 1,25% 1,20% 0,97%
Wachttijd BrabantWonen Jaar 9,0 6,7 6,9
         
Organisatie(ontwikkeling)        
Percentage van loonsom besteed aan opleiding en training Percentage 4,0% 2,20% 2,62%
Aantal stageplekken voor bijna afgestudeerden aan een HBO of WO instelling Aantal 10 7 8
Ziekteverzuim Percentage 5,0% 5,28% 7,05%
Personeelskosten per FTE Bedrag  91.641   87.508   89.274 
FTE (begroot) Aantal 222,36 204,65 212,98
VHE / FTE (volgens Benchmark) Aantal 92,23 97,60 96,02
VHE ongewogen Aantal  22.564   22.076   22.595 
VHE gewogen (volgens Benchmark) Aantal  20.508   19.973   20.451 
Aedes benchmark: bedrijfslasten per VHE Bedrag 974 953 905

7.3.2 Toelichting afwijkingen

In navolgende paragrafen worden de afwijkingen van de realisatie 2025 ten opzichte van de normstelling 2025 toegelicht. Waar afwijkingen al eerder in het verslag zijn toegelicht verwijzen wij naar de betreffende paragrafen van het jaarverslag.

7.3.2.1 Passend wonen – Beschikbaarheid

Aantal nieuwbouwwoningen opgeleverd

Locatie DAEB woning en (VHE) niet DAEB woning en (vhe) Zorgvast goed (vhe)
Gemeente 's-Hertogenbosch      
Gestelse buurt locatie 3 en 4 30 30  
Gestelse buurt locatie 5 en 6 28 22  
Studentenwoningen Avans (Poortdenker) 226    
Palazzo 63    
Boschveld vlek 21 fase 4 (biobased won.) 4    
       
Gemeente Oss      
Flexwoningen Gewandeweg 100    
Verdistraat 19   22
       
Gemeente Maashorst      
AH locatie Schaijk (Repellaan) 24    
       
Gemeente Maasdriel      
Het Zonnelied     36
       
Begroting 2025 494 52 58
       
Mutaties 2025      
Gestelse Buurt locatie 5 en 6 -2    
Verdistraat -19   -22
Boschveld vlek 21 fase 1 (biobased won.) -4    
Flexwoningen Gewandeweg -100    
       
Realisatie 2025 369 52 36

Bovenstaand is de afwijking tussen begroting en realisatie weergegeven per project. Hieronder wordt een toelichting per project gegeven op de afwijkingen.

Nadere toelichting:

  • Gestelse Buurt flats 5 en 6: 2 appartementen die beoogd waren in het oorspronkelijke investeringsbesluit, zijn later opgeofferd voor een fietsenstalling.
  • Verdistraat: Start bouw vond later plaats dan gepland, waardoor oplevering doorschoof naar 2026.
  • Boschveld vlek 21 fase 4 (biobased woningen): De vier biobased woningen van Boschveld vlek 21 worden pas in 2026 gebouwd.
  • Flexwoningen Gewandeweg: Er waren problemen met de plaatsing van de voorzieningen, waardoor er een tijdelijke oplossing moest worden gezocht voor de stroomvoorziening. Dit zorgt ervoor dat oplevering opschuift naar deels 2026 en deels 2027.

Aantallen nieuwbouw in aanbouw (inclusief opgeleverde nieuwbouw)

Locatie DAEB woning en (VHE) niet DAEB woning en (vhe) Zorgvast goed (vhe)
Gemeente 's-Hertogenbosch      
Boschveld vlek 21 fase 2 flat 3 t/m 7 150    
Boschveld vlek 21 fase 1 4 biobased woningen 4    
EKP Parallelweg Boschveld gebouwen I & M 156    
EKP Parallelweg Boschveld gebouw K 102 15  
Gestelse buurt locatie 3 en 4 30 30  
Gestelse buurt locatie 5 en 6 26 22  
GGZ terrein Coudewater Rosmalen 98 41  
Orthen links fase 4 22    
Studentenwoningen AVANS Den Bosch (Onderwijsboulevard) 226    
Palazzo 63    
Gasthuiskwartier blok F 36    
       
Gemeente Oss      
Sibeliuspark 74    
Spoorlaan Zwaluwstraat Oss 133 42  
Verdistraat Oss 19   22
Euterpelaan Rosso blok D 51    
Euterpelaan Rosso blok C 25 23  
Isabel van Portugal/ Brabantstraat Oss 34    
Raadhuislaan Noord (Linck) 130 52  
Flexwoningen Gewandeweg Oss 100    
Flexwoningen Nieuwe Hescheweg (Hazenakker/Meidoornlaan) 39    
       
Gemeente Bernheze      
Osseweg Heesch 24    
De Erven appartementen Heesch 40    
       
Gemeente Maashorst      
AH locatie Schaijk (Repellaan) 24    
Dijkstaete (Nieuwe Hoeven fase 3) Schaijk     32
       
Gemeente Maasdriel      
Het Zonnelied Ammerzoden     36
       
Begroting 2025  1.606   225   90 
       
Mutaties 2025      
Hof van Hollantlaan 52    
Boschveld vlek 21 fase 2 flat 3 t/m 7 -2    
Flexwoningen Nieuwe Hescheweg (Hazenakker/Meidoornlaan) -39    
Flexwoningen Gewandeweg -32    
Verdistraat Oss -19   -22
Sibeliuspark -74    
Raadhuislaan Noord (Linck) -130 -52  
Boschveld vlek 21 fase 1 4 biobased woningen -4    
       
Realisatie 2025  1.358  173 68

Bovenstaand is de afwijking tussen begroting en realisatie weergegeven per project. Hieronder wordt een toelichting per project gegeven op de afwijkingen. 

Nadere toelichting:

  • Hoff van Hollantlaan: Dit project is tussentijds turn-key aangekocht en was niet meegenomen in de begroting. Start bouw vond al wel plaats in 2026.
  • Boschveld vlek 21 fase 2 flats 3 t/m 7: Uiteindelijk worden er twee appartementen minder gerealiseerd.
  • Flexwoningen Meidoornlaan: Start bouw is opgeschoven naar 2026 vanwege bezwaren.
  • Flexwoningen Gewandeweg: 32 woningen worden pas in 2027 gerealiseerd. De andere 68 zijn wel gestart in 2025.
  • Verdistraat: Start bouw schoof door naar 2026, vanwege wachttijden bij de beoogde aannemer.
  • Sibeliuspark: Start bouw schoof door naar 2026, omdat er enerzijds een aanvullend budget noodzakelijk bleek vanuit de aanbesteding en anderzijds omdat de omgevingsvergunning nog niet definitief was.
  • Raadhuislaan Noord (Linck): Start bouw schoof door naar 2026, omdat er nog geen definitieve vergunning was.
  • Boschveld vlek 21 fase 1 biobased woningen: Start bouw schoof door naar 2026. De stichtingskosten bleken hoger, waardoor een aanvullend IB wordt voorbereid. 

Aantal Renovaties

Locatie in aanbouw DAEB in aanbouw niet-DAEB opgeleverd DAEB opgeleverd niet-DAEB
Gemeente 's-Hertogenbosch        
Brugstraat / Kempelandstraat 20 11 20 11
Sint Jorisstraat 41   41  
Berewouthof 23   23  
Rijzertlaan 80 won. en garages 80   80  
Zuster van Orthenpoort 39 woningen 39   39  
Beurdsestraat 15   15  
Graafseweg & Dr. Poelstraat   7   7
Kalverstraat eo 7   7  
Redemtoristenpad 52 woningen 52   52  
         
Gemeente Oss        
Terwaenen/Eikenboomgaard/Vlietstraat 32      
Buizerdstraat/Vijversingel e.o. 131      
Hazenkamp Oss 58 38 58 38
         
Begroting 2025 498 56 335 56
         
Mutaties 2025        
Brugstraat / Kempelandstraat -7   -20 -11
Sint Jorisstraat -41   -41  
Berewouthof     -23  
Zuster van Orthenpoort 39 woningen -39   -39  
Evertestraat e.o. 36   36  
Buizerdstraat/Vijversingel e.o. 2   133  
Redemtoristenpad -52   -52  
Hazenkamp e.o.     -58 -38
Terwaenen/Eikenboomgaard     32  
Graafseweg & Dr. Poelstraat   -1   -7
Kalverstraat eo     -7  
Realisatie 2025 397 55 296 0

Bovenstaand is de afwijking tussen begroting en realisatie weergegeven per project. Hieronder wordt een toelichting per project gegeven op de afwijkingen.

Nadere toelichting:

  • Brugstraat / Kempelandstraat: Uiteindelijk worden er minder woningen gerenoveerd. Oplevering schoof door naar 2026, omdat deze woningen met beschermd stadsgezicht toch meer tijd vergen dan aan de voorkant gedacht.
  • Sint Jorisstraat: De monumentale panden vergen een behoorlijke voorbereiding. Bij de Sint Jorisstraat was tijdelijke uithuizing van de huidige bewoners noodzakelijk. Dit zorgt voor een vertraging van zowel start bouw als oplevering.
  • Berewouthof: De monumentale panden vergen een behoorlijke voorbereiding. Bij Berewouthof was tijdelijke uithuizing van de huidige bewoners noodzakelijk. Dit zorgt voor een vertraging van zowel start bouw als oplevering.
  • Evertsestraat e.o.: Dit project werd begin 2025 opgeleverd in plaats van in 2024. 
  • Buizerdstraat/Vijversingel e.o.: Oplevering van deze 133 eenheden schoof door van 2024 naar 2025. Er werden i.p.v. 131 eenheden 133 eenheden gerenoveerd. De twee extra woningen waren in eerste instantie meegenomen bij de sloop, maar werden later alsnog gerenoveerd.
  • Redemptoristenpad: Dit project volgt na de renovaties van de Sint Jorisstraat en Berewouthof en schuift daardoor naar 2026.
  • Hazenkamp e.o.: Oplevering stond gepland voor 2025, maar schuift door naar 2026.
  • Graafseweg & Dr. Poelstraat: Oplevering is doorgeschoven naar 2026, omdat de strategie hier werd gewijzigd.
  • Kalverstraat e.o.: Oplevering stond gepland voor 2025, maar gaat naar 2026.

7.3.2.2 Passend wonen – betaalbaarheid

Groei van het aantal nieuwe woningen met een huur tot de liberalisatiegrens (t.o.v. begin boekjaar)
Er zijn 405 woningen opgeleverd tot de liberalisatiegrens, 24 woningen gesloopt en 15 woningen verkocht. Hierdoor is de groei op 366 uitgekomen.

7.3.2.3 Prettig thuis – Duurzame kwaliteit

Gemiddelde EP2 waarde van de woningen
In 2025 is de gemiddelde EP2 score van onze woningen weer verder gedaald. Door de toevoeging van energiezuinige en gasloze nieuwbouwwoningen daalt de gemiddelde score. Daarnaast verduurzamen we onze bestaande voorraad door middel van renovaties en het plaatsen van o.a. zonnepanelen en warmtepompen. Ook het uitfaseren van de E/F/G labels draagt bij aan de daling van de gemiddelde score.
In 2025 hebben we onze doelstellingen gehaald en scoren we met een gemiddelde van 147,36 kwh/m2 onder het gemiddelde van de sector.

Afname woningen met E/F/G label
Binnen dit project zijn er bij 5 woningen aanvullende isolatiemaatregelen uitgevoerd. Hiervan zal het energielabel verbeteren van een E/F/G label naar D of hoger. 66 woningen die in 2024 en 2025 zijn verbeterd, zijn voorzien van een nieuw energielabel.

7.3.2.4 Prettig thuis – Bijzondere aandacht

Voldoen aan passendheidsnorm
Minimaal 95% van onze woningen moet passend worden toegewezen. Huurders die recht hebben op huurtoeslag, moeten een woning toegewezen krijgen met een huurprijs die past bij het inkomen. De overheid wil hiermee voorkomen dat huishoudens met lagere inkomens in te dure woningen gaan wonen.

2025 Norm Realisatie
% van toewijzigingen BrabantWonen 95,00% 96,66%

Voldoen aan staatsteunnorm (woningtoewijzingen)
Voor 2025 geldt dat toegelaten instellingen minimaal 92,5% van hun woningen met een huurprijs tot en met € 900,07 moeten toewijzen aan eenpersoons huishoudens met een verzamelinkomen onder de € 49.669 of meer persoons huishoudens onder de € 54.847. Net als in 2024 hebben we in 2025 minimaal gebruik gemaakt van de beleidsmatige ruimte. Dit komt voort uit het huidige huurbeleid van BrabantWonen.

2025 Norm Realisatie
% van toewijzigingen BrabantWonen    
1 pers. < € 49.669 + 2+ pers. < € 54.847 92,50% 99,43%
1 pers. > € 49.669 + 2+ pers. > € 54.847 7,50% 0,57%

​7.3.2.5 Prettig thuis – Tevreden bewoners

KWH & Aedes benchmark huurdersoordeel. 
Voor de toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 2

Betalingsachterstand huurders
Voor de toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 1.

Huurachterstand huidige huurder
Voor de toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 1

Huurderving
De huurderving bedroeg in 2025 0,97%. Dit is lager als het begrote percentage van 1,25% en ook lager als het percentage in 2024 (1,20%). De leegstand als gevolg van mutatieonderhoud (46,0%) blijft de grootste reden voor huurderving, gevolgd door leegstand als gevolg van frictieleegstand (15%) en ontwikkeling (13%).

Wachttijd BrabantWonen
De wachttijd tot en met T3-2025 is 6,9 jaar. De wachttijd bestaat uit het aanbieden van woningen volgens het aanbodmodel (op basis van inschrijftijd) en het lotingsmodel. De gemiddelde wachttijd voor woningen die we via het aanbodmodel verhuren ligt op 10,5 jaar. Voor de woningen die we via het lotingmodel verhuren ligt de gemiddelde wachttijd op 2 jaar.

7.3.2.6 Organisatie(ontwikkeling)

Ziekteverzuim
Voor de toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 4

Personeelskosten
Voor de toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 4

FTE
Voor de toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 8.

Aedes Benchmark: Bedrijfslasten per VHE
De realisatie 2025 (€ 905) is lager dan onze begroting (€ 974) en realisatie 2024 (€ 953). De afwijking van de realisatie 2025 t.o.v. de begroting komt met name door de lagere obligoheffing in 2025. 

​​7.4 Risicobeheer

Risicomanagement staat hoog op de agenda bij BrabantWonen. In dit hoofdstuk gaan we daarom in op:

  • Een beschrijving van de belangrijkste (strategische) risico’s en onzekerheden;
  • De risico’s die in het afgelopen boekjaar een belangrijke impact hebben gehad;
  • De bereidheid om risico’s en onzekerheden al dan niet af te dekken (risicobereidheid);
  • Getroffen maatregelen om risico’s te beheersen, en een uiteenzetting indien geen maatregelen getroffen zijn voor een belangrijk risico;
  • Verwachte impact van risico’s op de resultaten e/o financiële positie;
  • Verbeteringen die in het systeem van risicomanagement zijn of worden aangebracht;
  • Frauderisico’s;
  • Toelichting op de verankering van het systeem van risicomanagement in de organisatie en de genomen maatregelen (soft controls) ter beïnvloeding van de cultuur, het gedrag en de motivatie van medewerkers.

7.4.1 Risicomanagement

Hoe verder wij ons risicomanagement ontwikkelen, hoe beter wij in staat zijn de doelstellingen op een integere, doelmatige en rechtmatige wijze te realiseren. Hierdoor bereiken wij een hogere mate van stabiliteit en voorspelbaarheid van onze (financiële) resultaten. Daarom werkt BrabantWonen consequent aan de optimalisering van haar interne risicobeheersings- en controlesysteem en aan de actualisering van de risico’s die onze doelstellingen en onze integriteit kunnen belemmeren.

Alle lagen in de organisatie – van medewerker en manager, tot bestuur en raad van commissarissen – hebben hun verantwoordelijkheid. Wij managen allerlei soorten risico’s: van risico’s op het gebied van strategie, organisatie en financiën, tot risico’s in het kader van verslaglegging of wet- en regelgeving. We hebben oog voor de harde en zachte kant van risicomanagement, voor systemen, processen en procedures, maar ook voor cultuur en stijl van leidinggeven. En we maken bij de beheersing van risico’s gebruik van hard én soft controls.

Ieder jaar streven wij naar een verdere versterking van ons risicomanagement. In 2025 is hier uitwerking aan gegeven door gerichte aandacht voor het risicobewustzijn binnen de eerste lijn. Door middel van interactieve sessies zijn medewerkers en managers actief betrokken bij het herkennen, bespreken en beheersen van risico's binnen hun eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast is binnen het managementteam specifiek aandacht besteed aan de bewustwording van frauderisico's. Deze sessie vormde tevens de basis voor een actualisatie van de frauderisicoanalyse. Tot slot is in 2025 een frauderesponsplan opgesteld. Hiermee is een verdere stap gezet in het systematisch en adequaat kunnen reageren op fraude signalen en incidenten.

7.4.2 Risicobereidheid

Onze maatschappelijke positie en het maatschappelijk vermogen waarmee wij werken, stellen grenzen aan de mate waarin wij als BrabantWonen risico’s kunnen en willen nemen. De risicobereidheid van BrabantWonen is daarom over het algemeen laag. Wij zijn niet bereid om risico’s te nemen die onze financiering in gevaar kunnen brengen. Wij voldoen structureel aan de ratio’s die het WSW en de Aw verbinden aan financiële soliditeit en borging. De risicobereidheid van BrabantWonen bij risico’s die ons maatschappelijke imago kunnen bedreigen, is eveneens laag. Daarnaast is er een kritische risicobereidheid op het gebied van fraude en integriteit. Het uitgangspunt is dat BrabantWonen geen fraude van haar werknemers, huurders of partners accepteert. Bij fraudedetectie onderneemt BrabantWonen altijd actie conform het frauderesponsplan.

Enkel bij risico’s in verband met belangrijke maatschappelijke opgaven kan onze risicobereidheid hoger zijn. Zo kan bijvoorbeeld goedkeuring worden gegeven aan investeringsbeslissingen met een belangrijk maatschappelijk effect, ondanks dat deze investeringsbeslissing niet voldoet aan onze rendementseisen.

7.4.3 Belangrijkste strategische risico’s

BrabantWonen onderkent een top 5 in belangrijke strategische risico’s. Dit zijn risico’s die het grootste effect kunnen hebben op de realisatie van ons ondernemingsplan en op onze reputatie.

De belangrijkste strategische risico’s hebben wij uit de breed uitgevoerde risico-inventarisatie gehaald. Bij het opstellen van het activiteitenplan voor het nieuwe boekjaar vindt een zogenaamde ‘heidag’ plaats met directie en management. Hier wordt besproken wat de grootste risico’s zijn ten aanzien van onze doelen. Van deze risico’s is de beheers strategie bepaald en zijn beheersmaatregelen uitgewerkt. Monitoring van de beheersmaatregelen vindt plaats als onderdeel van de planning en control cyclus.

Richtlijn 400 van de RJ schrijft voor dat risico’s inzake wet- en regelgeving, financiële positie en financiële verslaggeving worden geïdentificeerd. BrabantWonen onderkent genoemde risico’s, maar deze behoren niet tot de belangrijkste strategische risico’s van BrabantWonen. De belangrijkste strategische risico’s zijn in de volgende tabel samengevat.


Top 5 strategische risico's (lange termijn)

1. Toekomstbestendig vastgoed: Onvoldoende voortgang ontwikkeling nieuwbouw en stijging van de stichtingskosten

Risico is het niet behalen van onze doelstelling inzake toevoeging nieuwe woningen door gebrek aan voortgang op de ontwikkeling van nieuwbouwprojecten en stijging van de stichtingskosten. Naast het niet behalen van de doelstelling geeft het ook imagoschade richting zowel bewoners als gemeenten en andere partners.

Maatregelen: Voor het behalen van de gewenste voortgang op de ontwikkeling van de nieuwbouwprojecten zijn we op meerdere fronten afhankelijk van externe factoren. Actuele voorbeelden hiervan zijn stikstof wetgeving, netcongestie, bezwaren bij de raad van state, beschikbare capaciteit en kwaliteit bij de gemeente etc. De kans op vertraging bij projecten is hierdoor altijd aanwezig. Voor het behalen van onze doelstelling inzake toevoeging van nieuwe woningen proberen we ons te verbinden aan nieuwe projecten waardoor er in de projectvoorraad een overcapaciteit ontstaat. Daarnaast zijn we gestart met parallel plannen waardoor de voorbereidingstijd verminderd. Ook proberen we bestuurlijk eerder op te schalen indien noodzakelijk.

De stijging van de stichtingskosten is de laatste jaren het gevolg geweest van zowel een stijging van de bouwkosten als een stijging van de marktwaarde bij turnkey projecten.Door meerdere externe factoren zijn investeerders niet meer geïnteresseerd in sociale huurwoningen. Hierdoor is onze onderhandelingspositie bij turnkey projecten verbeterd en beter beheersbaar. Voor het beheersbaar houden van de bouwkosten volgen we de ontwikkelingen in de markt en doen we ervaring op met bouwconcepten.


2. Betrokken woongelukkige huurders in vitale buurten & wijken en tevreden woningzoekenden: Voldoende betaalbare sociale huurwoningen

Risico is het niet behalen van de doelstelling om te zorgen voor voldoende betaalbare sociale huurwoningen, die aansluiten bij de vraag van ten eerste onze primaire doelgroep, vervolgens de secundaire doelgroep en middeninkomens.

Maatregelen: We verlagen energielasten door zoveel als mogelijk te verduurzamen. We hebben mogelijkheden tot het honoreren van huurverlaging. Daarbij wordt in 2026 opnieuw naar ons huurbeleid gekeken, waarbij de betaalbaarheid in ogenschouw wordt genomen. Ook draagt het “beter benutten van de bestaande voorraad” bij aan mogelijkheden om te zorgen voor voldoende betaalbare huurwoningen. Het optimaliseren van het gebruik van onze huidige sociale huurwoningen is een effectieve manier om sneller en kostenefficiënt bij te dragen aan de beschikbaarheid van betaalbare woningen. Door leegstand tegen te gaan, woningen slimmer toe te wijzen en bestaande panden te transformeren of splitsen, kunnen we het aantal beschikbare huurwoningen vergroten zonder direct te bouwen. Dit versnelt de doorstroming, verkleint wachttijden en maakt beter gebruik van de middelen die al voorhanden zijn. Zo draagt een strategische inzet van de bestaande voorraad direct bij aan de doelstelling om voldoende betaalbare sociale huurwoningen te realiseren.


3. Betrokken woongelukkige huurders in vitale buurten & wijken en tevreden woningzoekenden: Prettig thuis

Risico: Het aantal kwetsbare bewoners neemt toe, mensen die extra zorg nodig hebben. Dit kan een druk op de veerkracht in de wijk leggen, maar ook zijn weerslag hebben op onze medewerkers. Ook zien we een toename van criminaliteit en ondermijning in de wijken. Hierdoor kan het gevoel van veiligheid van bewoners en medewerkers afnemen. Dit kan leiden tot lagere huurderstevredenheid. Het zou ook de leefbaarheid en de waarde van het vastgoed kunnen verminderen.

Maatregelen: We werken samen met partners in wijken en zorgpartijen om elkaar te informeren en om vraagstukken in het kader van overlast, afval, drugsproblematiek, passende woonvormen voor specifieke doelgroepen aan te pakken. Dit hebben we in het activiteitenplan verder toegelicht.


4. Betrokken, vakbekwame, werkgelukkige teams en collega's & Solide fundament: Organisatie ontwikkeling

Risico is het niet behalen van onze doelstelling om een gezonde bedrijfsvoering en klantgerichte dienstverlening te behouden.

Maatregelen: We blijven inzetten op klantgerichtheid, P&O en digitalisering. Zo hebben we in 2024 de afdeling bewonerscontact opgericht om onze dienstverlening nog meer klantgericht te maken. We hebben in 2026 opnieuw focus op klantgerichtheid door o.a. het verder verbeteren van de processen, digitale toegankelijkheid en het formuleren van een kanaalstrategie.
P&O blijft ook een belangrijk aandachtsgebied, omdat de medewerkers uiteindelijk het succes van de dienstverlening bepalen. Gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt is het belangrijk om gekwalificeerd personeel aan te trekken, maar ook om deze mensen te behouden. In 2026 zetten we de verbeteringen t.a.v.arbeidsmarktcampagne door. Om onze collega’s te behouden zetten we ons in 2026 in op vitaliteit, voldoende opleidingsmogelijkheden, waaronder trainingen op het gebied van persoonlijk leiderschap en een gezonde arbeidsomgeving.
Verder is digitalisering een belangrijk aandachtsgebied, omdat de razendsnelle ontwikkelingen op dit terrein een enorme impact hebben op de efficiency en effectiviteit van de dienstverlening. Onder andere de implementatie van de datastrategie, draagt bij aan deze doelstelling.


5. Solide fundament: Financieel gezonde woningcorporatie te blijven

Risico is dat we ons doel niet behalen om een financieel gezonde woningcorporatie te blijven in de toekomst en te voldoen aan de vereiste financiële ratio's van onze toezichthouders.

Maatregelen: We sturen elk jaar zowel bij de tertiale rapportages als bij de begroting op een samenhangende set financiële parameters voor de komende jaren. Deze financiële parameters zijn gebaseerd op het beoordelingskader van de AW en WSW. Daarnaast hebben we zelf nog aanvullende interne normen geformuleerd, die we nauwlettend in de gaten houden. Zo hanteren we een Duurzaam Prestatiemodel. Dit model zorgt ervoor dat we voldoende financiële middelen hebben om niet alleen de doelstellingen uit de NPA te behalen, maar ook in de toekomst onze volkshuisvestelijke taken kunnen blijven uitvoeren zonder in financiële problemen te komen. Verder vindt er in 2026 een knoppensessie plaats om te kijken naar maatregelen, waarmee we onze financiële continuïteit nog meer kunnen beheersen.

7.4.4 Fraude en onregelmatigheden

De medewerkers van BrabantWonen werken dagelijks aan onze visie: ‘Natuurlijk samen’. Integriteit vinden we hierbij heel belangrijk, daarom hebben we een integriteitsbeleid en een ‘meldregeling misstanden en onregelmatigheden’ opgesteld en hier aandacht aan besteed in de organisatie. Beide documenten zijn te vinden op onze website.

Fraude kent vele verschijningsvormen waaronder woonfraude, belangenverstrengeling, risico’s omtrent betalingsverkeer, het onttrekken van activa en verslaggevingsfraude. Frauderisico’s en niet-integer handelen, evenals de beheersing daarvan, zijn onderwerpen die structureel en periodiek aandacht behoeven en krijgen van het bestuur en de RvC.

Deze risico’s en de bijbehorende beheersmaatregelen maken integraal onderdeel uit van het Controleplan, dat jaarlijks met de RvC wordt besproken. In 2025 is aanvullend een sessie met het managementteam georganiseerd, specifiek gericht op het vergroten van de bewustwording van frauderisico’s en potentiële kwetsbaarheden binnen de organisatie. Aanvullend wordt – als houvast voor bestuurders en toezichthouders – jaarlijks de Frauderisicoanalyse geëvalueerd en geactualiseerd.

De algemene conclusie uit de vorige frauderisicoanalyses - dat BrabantWonen niet wordt getypeerd als een organisatie met een verhoogd frauderisico - is onveranderd. BrabantWonen is een organisatie van openbaar belang (OOB) zonder internationale relaties, werkzaam binnen één provincie en zonder bonus of target cultuur. Belangrijke bouwstenen voor fraudepreventie zijn aanwezig, zoals een integriteitscode, een meldregeling, vertrouwenspersonen, controle-technische functiescheidingen en een goed ontwikkeld risicomanagementsysteem waarin risico’s en beheersmaatregelen zijn beschreven en waarin periodiek controlemaatregelen worden uitgevoerd die, waar nodig, tot bijsturing leiden.

In 2025 is deze beheersingsstructuur verder versterkt door het opstellen van een frauderesponsplan. Dit plan biedt een gestructureerd handelingskader.

Op basis van de uitgevoerde controles, analyses en gesprekken zijn er geen signalen zijn dat medewerkers van BrabantWonen betrokken zijn geweest bij woonfraude. De processen rondom woningtoewijzing en het voorkomen van onrechtmatig gebruik zijn vastgelegd en helder voor betrokkenen en er zijn voldoende beheersmaatregelen ingebouwd.

Het risico op frauduleus handelen wordt binnen deze processen onder meer gemitigeerd door de inrichting van het woonruimte-bemiddelingssysteem, de daarbij behorende autorisatiestructuur en de toepassing van het vier-ogen principe bij uitzonderingssituaties.

In 2025 is, naar aanleiding van publicatie en signalen vanuit de Autoriteit woningcorporaties, een gerichte en integrale controle uitgevoerd op de inrichting en werking van het toewijzingsproces. Deze controle richtte zich op de opzet en toepassing van de interne beheersingsmaatregelen, -controles en het woonruimteverdeelsysteem Thuispoort. De uitkomsten hiervan geven geen aanleiding te veronderstellen dat binnen BrabantWonen in de afgelopen jaren sprake is geweest van frauduleus handelen binnen het toewijzingsproces.

Daarnaast besteden we bij BrabantWonen veel aandacht aan culturele en gedrag beïnvloedende factoren. Voorbeelden hiervan in dit kader zijn het bespreekbaar maken van problemen en fouten, elkaar aanspreken op(ongewenst) gedrag en voorbeeldgedrag.

7.4.5 Interne beheersing

BrabantWonen werkt volgens het Three Lines Model.

Het lijnmanagement (1e lijn) is verantwoordelijk voor de beheersing en de kwaliteit van de processen, systemen en producten, inclusief de hierin opgenomen of verwerkte informatie. Het lijnmanagement heeft binnen de gestelde centrale beheersingskaders de vrijheid de doelstellingen op eigen wijze te realiseren. Het gevolg hiervan is dat het lijnmanagement zelf verantwoordelijk is voor het ‘in control’ zijn van de bedrijfsvoering van haar processen.

De afdeling Control (2e lijn)faciliteert, ondersteunt, adviseert, coördineert en bewaakt of het management zijn verantwoordelijkheden ook daadwerkelijk neemt. De controller faciliteert tevens (mede) het beleid en de inrichting om aan relevante wet- en regelgeving te voldoen en ondersteunt het lijnmanagement bij het bewaken en identificeren van risico’s. Bij dit alles levert de controller de benodigde kennis en ervaring aan het lijnmanagement en functioneert als sparring-partner voor 1e lijn.

De concerncontroller (3e lijn)opereert volledig los en onafhankelijk van alle andere organisatieonderdelen.De concerncontroller draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de internal audits. De 3e lijn geeft de organisatie aanvullende zekerheid over de kwaliteit van sturing en beheersing. Hij controleert of het samenspel tussen de eerste en tweede lijn soepel functioneert, geeft daarover een objectief, onafhankelijk oordeel en doet voorstellen voor verbetering.

In 2025 ging het met name om:

•      Een oordeel geven over bestuursbesluiten, zoals de begroting, de verslaglegging, investeringsbesluiten en de organisatieontwikkeling. De rode draad in deze oordelen is dat de besluiten in lijn zijn met de visie en het beleid van BrabantWonen. De concerncontroller gaf ook diverse adviezen voor verbetering of voor implementatie. Deze adviezen worden in het algemeen overgenomen door de directie en het verantwoordelijk management.
•      Betrokkenheid bij de versterking van de business control en meedenken over de doorontwikkeling van de drie controlelijnen en het risicomanagement binnen BrabantWonen.
•      Toetsing op het bestaan en de werking van beheersingsmaatregelen binnen de primaire en secundaire processen van BrabantWonen door middel van een intern controleplan. In dit plan hebben we op basis van een risicoanalyse gedefinieerd welke processen we onderwerpen aan interne controle. Tevens is in dit plan de mate van diepgang van de controlewerkzaamheden bepaald en is in dit controleplan een cyclische benadering opgenomen van de verschillende onderwerpen om hiermee te waarborgen dat alle onderwerpen tijdig aan de beurt komen. De onderwerpen die in 2025 zijn beoordeeld en waarbij interne auditrapportages zijn uitgebracht, betreffen woningtoewijzing, verkoop van woningen, objectgegevens, overdracht nieuwbouw naar beheer, inkopen & aanbestedingen, betalingen en personeel.

7.4.6 Vooruitblik 2026

In 2026 zet BrabantWonen verdere stappen in de versterking van het risicomanagement en de interne beheersing. De focus ligt hierbij nadrukkelijk op het vergroten van het risicobewustzijn binnen de eerste lijn. De risicosessies die in 2025 op een aantal afdelingen zijn georganiseerd, worden organisatie breed uitgerold. Hiermee beogen wij dat medewerkers en management risico's nog eerder herkennen, bespreekbaar te maken en beheersen binnen hun eigen verantwoordelijkheden.

Daarnaast worden het Integriteitsbeleid en de Meldregeling in 2026 herijkt en waar nodig geactualiseerd, zodat deze blijven aansluiten bij wet- en regelgeving, organisatieontwikkeling en maatschappelijke verwachtingen.

Verder wordt in 2026 een nieuw aangeschafte tool geïmplementeerd die het procesmatig werken en het risicomanagement een meer centrale en uniforme plaats binnen de organisatie geeft. Bij het verder opvoeren en structureren van processen worden, in samenhang met de risicosessies, bestaande risico's opnieuw beoordeeld en waar relevant aangevuld.

Ook wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een control framework binnen Thuispoort. BrabantWonen verwacht hiervan te profiteren doordat risico's en beheersmaatregelen rondom het woonruimteverdeelsysteem verder worden aangescherpt, inzichtelijk gemaakt en gemitigeerd.

Ten slotte wordt in 2026 de rol van de Concerncontroller verder uitgebreid. Hiermee wordt beoogd het samenspel binnen het Three Lines Model te versterken en de organisatie aanvullende onzekerheid te bieden over de effectiviteit van sturing, risicobeheersing en interne controle. Deze ontwikkeling past binnen onze continue ambitie om 'in control' te blijven en onze maatschappelijke doelstellingen op een integere en beheerste wijze te realiseren.

7.4.7 Risicoprofiel

BrabantWonen heeft een laag risicoprofiel. Ten opzichte van voorgaande jaren is het risicoprofiel en het beeld vanuit de toezichthouders onveranderd. Het WSW ziet BrabantWonen als een solide woningcorporatie. Ondanks de wisselingen in de topstructuur, zowel op bestuurlijk als directieniveau, heeft BrabantWonen going concern gedraaid en hier weinig hinder van ondervonden. Dit toont de volwassenheid aan van de organisatie.

Het WSW heeft aangegeven uit te kijken naar de nieuwe portefeuillestrategie die in 2026 wordt bepaald. De ambitie om te voldoen aan de uitbreidingsopgave blijft onveranderd. Het voornemen is tot en met 2034 te groeien met circa 3.200 verhuurbare eenheden. De financiële positie van BrabantWonen is gezond en de opgave is realistisch begroot tot en met 2034.

7.4.8 Toelichting enkele specifieke risico's

In hoofdstuk 7.4.3 is ingegaan op onze belangrijkste strategische risico’s. In dit hoofdstuk willen we ook graag ingaan op enkele activiteiten, die mogelijke risico’s kunnen opleveren voor BrabantWonen. Met name gericht op zaken waarover wettelijke bepalingen zijn opgenomen en waarover we ons moeten verantwoorden richting de Autoriteit Woningcorporaties.

7.4.8.1 Uitgegeven leningen
Uitgegeven leningen verbindingen (Niet-DAEB)

Binnen de kaders van de nieuwe Woningwet is financiering aan verbindingen niet meer toegestaan. Voor iedere vorm van financiering aan een verbinding, ook al bestond er een juridische overeenkomst van voor 1 juli 2015, moet vooraf toestemming gevraagd worden bij het AW. Binnen de niet-DAEB tak staat er ultimo 2025 € 27,65 miljoen aan leningen uit aan onze verbindingen. Dit zijn:

  • De lening aan Bernhoven CV via BrabantWonen GO Bernhoven BV bedraagt ultimo 2025 € 0,75 miljoen. Deze lening had conform de aangegane leningsovereenkomst in 2013, op basis van de financieringsbehoefte van Bernhoven CV, een maximum van € 11,0 miljoen. Aflossingen op de lening van Bernhoven CV staan in het kasstroomoverzicht vermeld onder de aflossingen lening u/g binnen het niet-DAEB deel, maar in 2025 hebben geen aflossingen plaatsgevonden. De Autoriteit Wonen heeft in januari 2019 een gedoogbeschikking afgegeven inzake deze verstrekkingen van vermogen over de periode 2014 tot en met 2018. In 2025 verstrekten we geen vermogen aan deze verbindingen. 
  • € 22,2 miljoen is uitgeleend aan BrabantWonen GOGWO B.V. ter voorfinanciering van de grondpositie en bijkomende kosten Groote Wielen in de verbinding ’s-Hertogenbosch Oost CV. Tevens hebben we voor € 4,7 miljoen een rekeningcourantverhouding met BrabantWonen GOGWO B.V. Jaarlijks wordt op deze rekeningcourantverhouding de rente over de lening en rekeningcourant bijgeschreven. Hiervoor is een ontheffingsverzoek ingediend bij de Autoriteit Woningcorporaties. In 2025 hebben we goedkeuring ontvangen voor het boekjaar 2025. We verwachten de lening en rekeningcourant niet terug te ontvangen. Hiervoor hebben we een voorziening in de jaarrekening gevormd.

7.4.8.2 Grondposities

Talentencampus Oss
In 2014 namen we conform afspraak 3.622 mgrondpositie af op de Talentencampus voor een bedrag ad € 1,1 miljoen, met oog op de realisatie van een nieuw hoofdkantoor voor BrabantWonen en BrabantZorg. Van dit plan zagen we om verschillende redenen af. Er ligt een schetsontwerp voor sociale woningbouw (60-65 eenheden), echter is deze nog niet akkoord. Na wisseling van de projectmanager vanuit de gemeente heeft de gemeente zich de vraag gesteld of het plan nog wel aansluit bij de originele uitgangspunten van de talentencampus. De gemeente heeft nog geen uitspraak gedaan over wat voor bebouwing voorstelbaar is op deze locatie. Wel hebben ze informeel aangegeven dat er geen woningbouw op deze locatie wordt voorzien.

Zusterflat
In december 2019 hebben we een onverdeeld deel van de locatie Zusterflat in Den Bosch verworven. Hierbij was een ontwikkelovereenkomst getekend met als doel de bouw van 115 sociale huurwoningen. Voor de ontwikkeling van het complex, voor het aandeel sociale huurwoningen in de binnenstad en voor de exploitatie na oplevering is het voor BrabantWonen wenselijk om enige eigenaar te zijn van de grond. Daarom is in 2022 het volledige eigendom verkregen, waarmee aanvullend nog 20 huurappartementen gerealiseerd zouden kunnen worden. In 2023 is het ontwerpproces gestart. Inmiddels is het ontwikkelkader vastgesteld dit biedt ruimte aan 130 verhuureenheden op de locatie Zusterflat. Daarnaast wordt de wijziging van het omgevingsplan voorbereid. De sloop heeft in 2025 plaatsgevonden. Start bouw staat vooralsnog gepland voor begin 2027.

7.4.8.3 Verbonden partijen

Een deel van onze activiteiten zit in verbonden partijen, al dan niet in samenwerking met andere partijen. Met verbonden partijen bedoelen we juridische samenwerkingsverbanden waarin wij een bestuurlijk én een financieel belang hebben. In onze organisatie onderscheiden we ultimo 2025 twee categorieën verbonden partijen:

1. De verbonden partij, waarin wij voor 100% direct of indirect zeggenschap hebben en de administratie voeren;

  • BrabantWonen Holding B.V.
  • BrabantWonen GOGWO B.V.
  • BrabantWonen GO Willemspoort B.V.
  • BrabantWonen GO Bernhoven B.V.

2. De verbonden partij, waarin wij samen met derden kapitaal verschaffen en waar (tot heden) derden de administratie voeren.

  • Gebiedsontwikkeling ’s-Hertogenbosch-Oost C.V.
  • Gebiedsontwikkeling ’s-Hertogenbosch-Oost Beheer B.V.
  • Willemspoort C.V.
  • Ontwikkelingscombinatie Willemspoort Middengebied B.V.
  • Ontwikkelingscombinatie Bernhoven Beheer B.V.*

* Voor deze entiteit is het liquidatieproces eind 2025 in gang gezet.

De ontwikkelingen en risico’s van onze samenwerkingsverbanden volgen we kritisch. Hierover rapporteren we periodiek aan RvC, bestuur en directie via onze managementrapportages.

Het totaalschema verbonden partijen ultimo 2025 ziet er als volgt uit:

Op de volgende pagina presenteren we een totaaloverzicht van onze verbonden partijen waarbij we aangeven wat het percentage van de deelname in het kapitaal is en welke activiteit(en) de verbonden partij uitvoert.

Voor de entiteit Ontwikkelingscombinatie Bernhoven Beheer BV is in december 2025 het liquidatieproces in gang gezet.

Naast bovenstaande verbonden partijen is BrabantWonen sinds 2024 onderdeel van het samenwerkingsverband Thuispoort. Binnen Thuispoort bieden 8 corporaties in de regio Noordoost Brabant gezamenlijk een platform voor woningzoekenden. 

Categorie 1: Verbonden partij, waarin wij voor 100% direct of indirect zeggenschap hebben en de administratie voeren
  Naam Medevennoten % deelname kapitaal Omschrijving activiteiten
a. BrabantWonen Holding B.V. n.v.t 100% Het optreden als beheer- en beleggingsmaatschappij.
b. BrabantWonen GOGWO B.V. n.v.t 100% De exploitatie van grondgebieden en het optreden als commanditaire vennoot van GO ’s-Hertogenbosch Oost C.V.
c. BrabantWonen GO Willemspoort B.V. n.v.t 100% Het optreden als commanditaire vennoot bij Willemspoort C.V.
d. BrabantWonen GO Bernhoven B.V. n.v.t 100% Het optreden als commanditaire vennoot bij OCM Bernhoven C.V.
Categorie 1: Verbonden partij, waarin wij voor 100% direct of indirect zeggenschap hebben en de administratie voeren
  Naam Medevennoten % deelname kapitaal Omschrijving activiteiten
e. Ontwikkelingscombinatie Bernhoven Beheer B.V. AM. B.V. 66,67% Het optreden als beherend vennoot van Ontwikkelcombinatie Bernhoven C.V.
f. Gebiedsontwikkeling ’s-Hertogenbosch-Oost C.V. AM. B.V. 50,00% Het exploiteren van grond, het ontwikkelen van huur- en koopwoningen in het gebied Groote Wielen te Rosmalen.
g. Gebiedsontwikkeling ’s-Hertogenbosch-Oost beheer B.V. AM Grondbedrijf B.V. 50,00% Het optreden als beherend vennoot van Gebiedsontwikkeling ’s-Hertogenbosch Oost C.V.
h. Willemspoort C.V. Heijmans Vastgoed B.V., Bossche Investerings-maatschappij, Jeroen Bosch Ziekenhuis 33,33% Het ontwikkelen van huur- en koopwoningen in het gebied Willemspoort te ’s-Hertogenbosch.
i. Ontwikkelingsmaatschappij Willemspoort Middengebied B.V. Heijmans Vastgoed B.V. 33,00% Het optreden als beherend vennoot van Willemspoort C.V.

De ontwikkelactiviteiten vinden binnen de C.V.’s plaats. Hieronder wordt de stand van zaken en de eventuele financiële risico’s toegelicht:

Ontwikkelcombinatie Bernhoven C.V.
Ziekenhuisterrein Oss (Park Zwanenberg)
I
n 2024 heeft de eindafrekening met de gemeente plaatsgevonden. Eigendomsoverdracht heeft in 2025 plaatsgevonden en de ontbinding van de vennootschap en de bijbehorende nevenstructuur zijn in december 2025 gerealiseerd.

Ontwikkelingscombinatie Willemspoort C.V.
Binnen onze verbinding Willemspoort C.V. bestaat een ontwikkelovereenkomst tussen de CV en Heijmans Vastgoed B.V., waarmee de ontwikkeling voor Willemspoort Zuid over is gegaan naar Heijmans. BrabantWonen heeft een overeenkomst gesloten met Heijmans Vastgoed B.V. voor de Turn Key afname van 176 sociale huurwoningen. Vanwege de vergunningsstop binnen de provincie Noord Brabant heeft de verbinding een twee-sporenbeleid ingezet met als doel het verkrijgen van een vergunning zonder een benodigde goedkeuring vanuit de provincie (stikstofdepositie 0) of het verkrijgen van een vergunning op basis van de geldende omgevingswet (via TAM).De planning voor beide sporen is onzeker vanwege het steeds veranderende politieke belang op stikstofbeleid. De parkeergarage is gerealiseerd. Hier is sprake van een onherroepelijke bouwvergunning.

Gebiedsontwikkeling ’s-Hertogenbosch Oost C.V.
De grondpositie ’s-Hertogenbosch Oost is vanuit strategisch oogpunt samen met AM Wonen aangekocht via gebiedsontwikkeling ’s-Hertogenbosch Oost C.V. Het risico is aanwezig dat de betreffende gronden geen woonbestemming krijgen. We ondernemen actief initiatief richting met name de politiek om deze risico’s te reduceren. Momenteel werken we samen met de ontwikkelaars uit het gebied en de gemeente aan een ontwerpend onderzoek waarin de mogelijkheden voor woningbouw worden meegenomen.
Vooralsnog is niet te voorspellen wat de mogelijke uitkomsten van dit onderzoek worden. De huidige en toekomstige behoefte aan woningen in ’s-Hertogenbosch is nog steeds groot en kan niet volledig binnenstedelijk worden ingevuld. Uitbreidingslocaties zijn noodzakelijk om te kunnen voorzien in de behoefte. De grondpositie in Gebiedsontwikkeling ’s-Hertogenbosch Oost CV is in het verleden hiervoor door de provincie aangewezen als zoeklocatie. Daarnaast is het één van de weinig locaties waar ’s-Hertogenbosch buiten de stad kan ontwikkelen. De kans dat er op benoemde grondpositie ontwikkeld kan worden is hiermee aanwezig.
In eerdere jaren is op basis van de vastgestelde GREX het project afgewaardeerd.